Vogel met manieren

column-cees-torenvalk

Om nou te zeggen dat de Torenvalk (foto: Bertus van der Velde) een vogel is met christelijke manieren gaat iets te ver. Feit is wel dat deze stootvogel bidt voor het eten. Daarna echter begaat hij een doodzonde, want het eten dat na het bidden op de dis staat dient eerst wel vakkundig om zeep te worden geholpen. En dat komt bepaald niet overeen met christelijke waarden als: ”Gij zult niet doodslaan”. Als verzachtende omstandigheid mag hier gelden dat dit zesde gebod er is voor mensen en niet voor dieren.

Qua jachttechniek verschilt de Torenvalk van andere valken. De Torenvalk tuurt biddend hoog vanuit de lucht naar muizen die hij dus op de grond bemachtigt. Eigenlijk speurt de valk vooral naar ultraviolette kleuren die ze kunnen waarnemen in urinesporen van muizen. Zo komen ze vanzelf bij de muizen zelf uit. Andere valken daarentegen achtervolgen hun prooi in de lucht of slaan ze daar na een verrassingsaanval. Men heeft berekend dat 80% van de prooien van de Torenvalk uit muizen bestaat, het merendeel Veldmuizen en soms zijn het woelmuizen. Een muis kunnen ze met hun scherpe blik zelfs van 100 meter hoogte waarnemen. Hebben ze er één in de smiezen dan zetten ze, vaak trapsgewijs, een duikvlucht in en storten ze zich tenslotte op hun prooi waarbij de staartveren op het laatste moment gespreid worden om vaart te minderen. Zo voorkomen ze dat ze zelf te pletter slaan. Dat bidden kost wel veel energie en is alleen lonend bij voldoende voedselaanbod. Als het een beetje meezit pakken ze per halfuur een Veldmuis. Dat zijn best behoorlijke prooien en met een stuk of vijf komen ze de dag wel door. In de tijd dat ze jongen hebben, dat zijn er meestal 4 – 6, is er werk aan de winkel en zijn ze de hele dag bezig met muizen vangen.

Op dagen met slechte weersomstandigheden, zoals afgelopen zondag met een dreinerige regen, zult u geen biddende Torenvalken zien. Hooguit zitten ze op een paaltje of andere uitkijkpost en proberen ze vandaar een prooi te bemachtigen. Dat scheelt een hoop energie, maar levert ook weinig op. Onervaren jonge vogels hebben het, net als andere jonge dieren, dan moeilijk en bij langdurige slechte omstandigheden leggen ze niet zelden het loodje. Vanuit zo’n positie kunnen ze uiteraard ook muizen vangen, maar komen ook andere prooien in beeld: insecten, kikkers en regenwormen bijvoorbeeld. Wel met de aantekening dat het dan iets later in het seizoen is. Ook (kleine) vogels worden wel gevangen, maar dat weer vanuit de lucht. Zelf maakte ik het een keer mee dat ik achter het huis een hoop gekrijs hoorde. Daar zag ik dat een Torenvalk een Merel(man) in de klauwen had die het daar duidelijk mee oneens was. Meestal laat ik het ’gewoon’ gebeuren, maar dit was zo’n incidentele keer dat ik naar buiten stoof om de Merel te ontzetten. Het was al iets later in het voorjaar en moest de Merel voor jongen zorgen, hoewel dat wellicht ook voor de Torenvalk gold.

Onze Torenvalk kent een zeer groot verspreidingsgebied (Europa, Afrika, Azië) en er zijn 9 ondersoorten te onderscheiden. Daarnaast zijn er nog een stuk of tien andere soorten torenvalken. Wat ze waarschijnlijk gemeen hebben is dat ze zelf geen nesten bouwen. Hier maken ze graag gebruik van oude kraaiennesten of nog liever van nestkasten. Dat laatste gebeurt in Drenthe het meest. Zeldzaam zijn ze niet (5000 tot hooguit 7000 paartjes), hoewel er tijden zijn geweest dat er veel minder waren ten gevolge van het gebruik van landbouwgif als aldrin, dieldrin en ddt. Daarvoor was het de meest algemene roofvogel (nu is dat de Buizerd) waarover ik in ’HET VOGELJAAR’ van Dr. Jac. P. Thijsse uit 1903 lees:

”Onze zee- en rivierdijken zitten in den regel vol met muizen, vooral de zuidhellingen en als ge er op verdacht zijt, dan kunt ge daar vier, vijf torenvalken op een rijtje op de muizenjacht aantreffen”.