Vogelbalans  

     

    Jaarlijks maakt Sovon (Vogelonderzoek Nederland) de balans op van de stand van zaken. Naast de beroepskrachten zijn er vooral heel veel vrijwilligers actief die met elkaar tal van gegevens verzamelen. Uit die gegevens kunnen allerlei conclusies worden getrokken, o.a. hoe het gaat met de aantalsontwikkeling van broedvogels en het aantal wintergasten dat hier in Nederland verblijft. Zo blijkt dat het met de Grote zaagbek (man) die u op de foto van Bertus van der Velde ziet afgebeeld minder goed gaat dan voorheen.

    De Grote zaagbek is een echte wintergast en broedt hier niet. Hij is gebonden aan zoet water. Dit in tegenstelling tot de iets kleinere Middelste zaagbek die juist een voorkeur heeft voor zout en brak water. Deze tref je daarom het meest langs de kust. Sinds 1977 broedt de Middelste zaagbek in Nederland, vooral in het Deltagebied. Met iets van tussen de 60 en 80 broedparen houdt het wel op. Verder heb je nog het Nonnetje, de kleinste zaagbek. In 2014 was men erg enthousiast toen een broedgeval werd ontdekt in een Friese eendenkooi. Het was echter niet uitgesloten dat het om ontsnapte vogels ging. Vorig jaar echter telde men daar al 6 paartjes die er succesvol broedden. Zo kan het hard gaan. Het opvallende is dat dit broedgevallen zijn ver van het eigenlijke broedgebied Noord-Scandinavië en verder Rusland in. Van mijn jonge jaren weet ik nog dat ik samen met enkele vogelvrienden tochtjes maakte langs de dijken van het IJsselmeer. Daar kon je grote groepen waarnemen, niet alleen Nonnetjes, maar tal van andere eendensoorten. Van het Nonnetje spotten we toen op een dag enkele duizenden individuen. Die tref je daar nu niet meer. De tijd waarover ik het heb was eind jaren ’60 begin ’70 van de vorige eeuw.

    Zaagbekken zijn goede vissers die dat in groepen vaak synchroon doen en dan meer succes hebben dan wanneer ze het alleen doen. Een trucje dat je ook aalscholvers wel ziet doen. Met hun ’gezaagde’ snavels hebben ze geen probleem om een glibberig visje vast te pakken. Eenmaal beet laten ze niet meer los. Dat kun je van een hoop andere vissers (mensen) niet zeggen. Bertus maakte meerdere foto’s, ook van het vrouwtje Grote zaagbek. Ze zwommen in het Noord-Willemskanaal ter hoogte van de Meerweg bij Haren. Het is vanwege het ietwat ruige water en weerspiegeling dat ik heb gekozen voor een afbeelding met een mannetje erop. Dan heb je namelijk iets meer contrast dan die met het vrouwtje met een roodbruine kop en grijsbruin verenkleed. Nederland is gebonden aan afspraken die op Europees niveau zijn gemaakt en soms zelfs mondiaal. Veelal zijn die gericht op het in stand houden van de soort. Zo zijn er afspraken gemaakt om de stand van de Spiering in het IJsselmeer te verbeteren. Dat is het favoriete visje van de Grote zaagbek. Maar u weet net zo goed als ik dat afspraken en beloften niet altijd worden nagekomen. Het is net als in de politiek (met onze premier als ’lichtend voorbeeld’): veel beloven, maar uiteindelijk komt er weinig van terecht.

    Uit de balans bleek verrassenderwijs dat er nog steeds Korhoenders worden gespot op de Sallandse Heuvelrug. Of daar bindende afspraken over zijn gemaakt betwijfel ik. Hun aantal werd in 2017 geschat op 15 hennen en 10 hanen. Er werd bij opgemerkt dat het op 1-2 Nederlandse hennen na allemaal Zweedse vogels zijn. Op deze wijze wordt met veel kunst- en vliegwerk een populatie in stand gehouden. Zelf verkeerde ik in de veronderstelling dat ze er al niet meer zaten. Ik zal er geen traan om laten als ze stoppen met dit veel geld kostende en volgens mij tot mislukken gedoemde project.

    Een ietwat verrassende nieuwkomer in Nederland is de Drieteenmeeuw. Die broedt wel in onze omgeving (Helgoland, Groot-Brittannië) op rotsrichels e.d. Die hebben we hier niet, maar wel productieplatforms op de Noordzee. Op één platvorm broedde een kolonie van minstens 50 paartjes en op een ander 112.

    En dan nog iets anders: met de vrieskou van de laatste tijd is er steeds minder open water. Dat is funest voor een vogel als de IJsvogel die om te foerageren juist open water nodig heeft. De populatie krijgt daardoor vast een klap te verduren, maar de reproductie is hoog, hoewel dat niet altijd een garantie inhoudt.