Vogeltjes kijken

Voor veel mensen is het observeren van vogels een leuke bezigheid. Je kunt dat op verschillende manieren doen. Eén ervan is door mee te doen aan de Nationale Tuinvogeltelling. Die wordt door Vogelbescherming Nederland georganiseerd in het weekeinde van 28 en 29 januari. Dat duurt dus nog even. U kunt ook al eerder aan een tuinvogeltelling meedoen, want al jarenlang organiseert de Vogelwerkgroep van IVN Roden de hele maand januari een tuinvogeltelling.

Bij de Vogelbescherming beperkt de telling zich tot 2 x een half uur tellen en dan moet je maar hopen dat het redelijk weer is. Bij IVN Roden is er geen richtlijn wanneer er wordt geteld. Daar bent u geheel vrij in. Dat mag elke dag, maar ook één keer per week. Ook de tijd dat u eraan besteedt wordt door uzelf bepaald. Er zijn wel bepaalde spelregels, zoals de restrictie dat slechts het maximum aantal vogels van één soort dat u op enig moment tegelijkertijd waarneemt – en waar u zicht op heeft – wordt genoteerd. Bij deze telling zijn watervogels (ganzen, eenden), ter voorkoming van vergissingen, uitgesloten. Overigens is er ruimte op het telformulier om ze wel te melden als u er zeker van bent welke soort het betreft. Notities over bijzonderheden worden ook op prijs gesteld. Na januari krijgt iedereen die er aan heeft deelgenomen een overzicht van wat er zoal is waargenomen. Mocht u hiervoor belangstelling hebben dan wordt een telformulier (en spelregels) aan u toegezonden. Dat kan per post, maar handiger (voor ons) is dat het per email of via de website gaat. Dan moet u het zelf uitprinten. De adressen vindt u boven deze column.

Het leuke van het kijken naar vogels in uw tuin is dat bepaalde zaken gaan opvallen. Bijvoorbeeld hoe verdraagzaam vogels onderling zijn. Ondanks een overvloed aan vogelvoer wil een merelman het liefst alles voor zichzelf houden. Op het terras waar ik voer heb gestrooid lukt het hem geregeld om andere vogels te verjagen, maar bij een Gaai, laat staan een Zwarte kraai, lukt dat natuurlijk niet. Maar wat hij absoluut niet duld zijn soortgenoten. Dat wordt gebakkelei en dat gaat door tot de indringer uit zijn territorium is verdreven. De Roodborst vertoont dezelfde trekjes als de Merel. Om die reden zult u zelden twee individuen in uw tuin zien. Dan heb ik het uiteraard wel over een gewoon  doorsneetuintje. In een hele grote tuin kunnen zich wel meerdere individuen ophouden, maar als ze mekaar teveel op de lip zitten is er gegarandeerd sprake van heibel in de tent. Op het strooivoer komen vooral ook vinkachtigen af. Op nieuwjaarsdag scoorde ik naast de gewone Vink al twee mannetjes van de prachtige Goudvink. Als het een beetje winter wil worden heb je kans op Kepen en wat ik ook wel eens heb gezien is de Appelvink. Dat zijn de krenten in de pap.

Naast het strooivoer heb ik het één en ander in de bomen gehangen; de gewone vetbol, een streng met allerlei zaden, een pindanetje, dat soort dingen. Daar kwam zelfs een Huismus op af. Pia Zomer maakte in haar tuin de mooie foto van een gezellig tafereeltje met Huismussen. Verder zie ik vooral mezen die behendig hun kostje bijeen garen. Een mees die je in de tuin niet zo vaak tegenkomt is de Matkop hoewel ik die bij ons jaarlijks zie. Vaak zie je hem op het grondvoer afkomen en daarbij heeft hij een voorkeur voor zonnebloempitten. Fluks wordt er dan één gepakt waarna hij ermee de Kamperfoelie in vliegt. Dat herhaalt zich tot hij zijn buikje rond heeft gegeten. Nou ja, dat laatste valt wel mee, want u zult nooit dikke wilde vogels zien. Wel kunnen ze opvetten zoals dat heet. Dat doen trekvogels om een lange afstand te overbruggen. Zo kunnen bepaalde soorten non-stop vele duizenden kilometers afleggen. Terug naar de tuinvogels waar u dus nog aan kunt meedoen. Naast de al genoemde soorten kon ook al een groepje (5) Sijsjes worden genoteerd. Deze vinkachtige is een ware acrobaat die vanuit alle standen zaden uit elzenproppen peutert. Minder verguld was ik met een Zwarte kraai die een vetbol omhoog takelde, maar als ik het touwtje iets langer maak lukt het hem minder gemakkelijk. Wat scheelt (qua soorten) is dat mijn tuin aan een bosje grenst. Dat biedt tevens beschutting, want gevaar dreigt altijd. Je wilt als klein vogeltje liever niet zelf als voer dienen.