Voorraadkamer

Behoedzaam loopt de man met een grote boodschappentas door het bos. Zo hier en daar bukt hij, lijkt iets op te rapen en in de tas te stoppen. Het mistige bos ruikt heerlijk fris na de laatste regenbui. De ochtendzon schijnt door de takken op de herfstbladeren. Ze lijken intenser te kleuren door het dunne laagje water dat er op ligt. ‘Goedemorgen, mag ik even in uw tas kijken meneer’. Nieuwsgierig kijk ik op. De man met tas wordt staande gehouden door een buitengewoon opsporingsambtenaar (boa). ‘U hebt wel heel veel paddenstoelen bij u meneer’. Dat is veel meer dan een eenpersoonsportie en dat is strafbaar’.

Paddenstoelen-plukken lijkt populairder te worden. Er zijn geen harde cijfers maar natuurbeheerders zien voor hun gevoel steeds meer wildplukkers. Wildplukken mag niet overal. Op sommige plekken is wildplukken a.g.v. verordeningen sowieso verboden. Dat geldt voor vruchten maar ook voor paddenstoelen. Een kleine hoeveelheid paddenstoelen, max. 250 gram per persoon, wordt vaak door de vingers gezien. Neem dus een weegschaal mee het bos in…

Eerlijk gezegd hou ik ook van paddenstoelen. Ik zou ook meer willen weten over eten uit de natuur, wildplukken dus. Welke paddenstoelen kun je wel en welke kun je niet eten. Wilde verhalen, over stuiptrekkende in coma geraakte paddenstoeleneters, weerhouden me er nog van. Wildplukken is niet ongevaarlijk, sommige paddenstoelen zijn zeer giftig. Ik ben van huis uit voorzichtig en haal de paddenstoelen daarom uit de schappen i de supermarkt. Daar liggen champignons, kastanjechampignons, oesterzwammen en soms gemengde pakketten bospaddenstoelen. Ik ben er gek op. Net als op champignon- en bospaddenstoelensoep.

Vorige week sprak ik een paddenstoelenkenner die thuis vaak ‘wilde’ paddenstoelen eet. Hij durft het wel. Hij nodigde me uit om een keer mee te gaan om samen paddenstoelen te plukken en vervolgens te bereiden. Enthousiast heb ik ja gezegd. Binnenkort een afspraak plannen want nu zijn ze er nog. Zodra het vries is het voor de meeste paddenstoelen te laat.

Regelmatig denk ik terug aan die ene keer dat mijn tante met haar Oostenrijkse vriend bij ons op bezoek kwamen. Het zal zo’n 40 jaar geleden zijn. Stoere knaap, een buitenmens dat zag je zo aan zijn gebruinde huid en ruwe handen. Hij verstond geen woord Nederlands, daarom besloot hij op gegeven moment een boswandeling te maken. Na enige tijd kwam hij enthousiast thuis met een grote boodschappentas vol paddenstoelen. Helemaal verrukt was hij over de rijkdom aan eetbare paddenstoelen in het bos vlak bij ons huis. Mijn ouders waren verbijsterd maar ook geïnteresseerd. Mijn moeder kon erg goed koken, daar stond ze om bekend. Maar wilde (bos)paddenstoelen waagde ze zich niet aan. Voor onze Oostenrijkse gast was het dagelijkse kost. Ze plukten altijd paddenstoelen in het bos vertelde hij, samen met zijn broers. Hij heeft de paddenstoelen uiteindelijk samen met mijn tante ingemaakt in zuur en lachend meegenomen naar Oostenrijk. Mijn ouders durfden het niet aan om ze te eten.

Nederland kent geen paddenstoelen pluktraditie. In veel andere landen, waaronder Frankrijk, Italië, Scandinavische en Oost-Europese landen wel. Daar zien ze de natuur als voorraadkamer en krijgen de kinderen het verantwoord plukken van hun ouders mee. Goed plukken vraagt ook vaardigheden. Niet snijden bijvoorbeeld maar voorzichtig draaien zonder de zwamvlok (onder de grond) te beschadigen. Of het kwaad kan voor de natuur? Daarover zijn de meningen verdeeld. Pluk niet alles en hou het bij kleine porties. Eigenlijk is het ‘roven uit andermans tuin’ en moet je vooraf toestemming vragen aan de eigenaar. Bedenk dat ook dieren paddenstoelen eten dus laat ook iets voor hen staan.

Puur Natuur nr. 57 nov. 2021