Vooruitblikken

column-Cees-vooruitblikken

Wat een heerlijk ruig weertje was het vorige week vrijdag. In deze tijd van het jaar, zeg maar de (kwakkel)winterperiode, placht ik veel binnen te zitten, achter mijn laptop, om allerlei administratieve zaken af te wikkelen. Goedbeschouwd doe ik dat teveel en dan krijg je als natuurman geregeld zin om eropuit te trekken, weg van het bureau, op zoek naar de stilte. Ver hoef ik er niet voor te rijden, want even ten noorden van Roden ligt de Kleibosch (foto) waar ik ongestoord een ommetje hoopte te maken.

Dat ’ongestoord’ kwam helemaal uit, want tijdens mijn slentertocht van pakweg anderhalf uur (als je doorloopt ben je binnen een halfuur klaar) kwam ik niemand tegen. Niet dat het vervelend is er iemand tegen te komen, maar op zich is het wel prettig om een keer een natuurgebied helemaal alleen voor jezelf te hebben. Dat ik verder niemand zag, was niet echt verwonderlijk met dat stormachtige weer. Onder ongeveer dezelfde weersomstandigheden heb ik ooit een keer een paddenstoeleninventarisatie afgelast. Als verantwoordelijke wil je vanzelfsprekend niet dat iemand iets overkomt. Het is dan niet denkbeeldig dat plots een boom omvalt en je wilt het niet op je geweten hebben dat iemand die op zijn ’testament’ krijgt. In dit geval gebruik ik het woord op oneigenlijke wijze, want ik bedoel hiermee dat iemand die op zijn (of haar) hoofd krijgt. Zulks zou er alsnog toe kunnen leiden dat het officiële testament erbij moet worden gehaald. Daar moet je toch niet aan denken!

Mocht zoiets mij overkomen dan heb ik er zelf verder geen omkijken naar; letterlijk en figuurlijk. Dat wordt dan wel (goed) geregeld. Voorlopig zie ik daar echter nog lang nog niet naar uit, maar weet ook dat een ongeluk in een klein hoekje schuilt. Nou ben ik niet echt bang uitgevallen, maar in het bos was ik wel op mijn qui vive. Aan onderhoud wordt daar al jaren zo goed als niets gedaan, met als gevolg dat de bomen die er vrij dicht opeen staan steeds hoger en ijler worden. Met de stormachtige wind erbij zwiepten ze enorm heen en weer en omdat ze daar vanwege de vrijwel ondoordringbare potklei, die daar aan de oppervlakte voorkomt, niet diep kunnen wortelen is het gevaar groot dat ze zomaar om kunnen vallen. Hier en daar zag je dan ook dat de storm de nodige ’slachtoffers’ had geëist. Net zoals dat in een sparrenbos gebeurt (sparren wortelen sowieso oppervlakkig) liggen de bomen hier omver met een dun plakkaat als wortelstelsel. Een heel verschil met bijvoorbeeld een Zomereik of Beuk op lichtere grond. Wanneer zo’n (grote) boom omver valt gaat dat meestal gepaard met een enorme wortelkluit. Zo kunnen zelfs kleine poeltjes in het bos ontstaan.

De Kleibosch en de aangrenzende Zuidermaden worden door mij (af en toe met hulp van anderen) geïnventariseerd op broedvogels. Dat gaat vanaf medio maart weer gebeuren. Wat ik er nu aan vogels zag was werkelijk minimaal. Een paar Gaaien maakten kabaal en nog veel nadrukkelijker was een paartje Buizerds aanwezig. Territoriaal gedrag noemen ze dat. Het enige wat ik er nog meer zag was een Merel en ik meende een Koolmees te horen. Dat laatste was niet helemaal zeker, want op een gegeven moment wist ik zeker dat een Kolgans overvloog. Maar omhoogkijkend kon ik niets ontdekken, totdat ik erachter kwam dat het geluid voortkwam uit twee langs elkaar schurende bomen. Ik liep er weliswaar een ongestoord rondje, maar stil was het er zeker niet. Met al die elkaar toucherende bomen was het er zelfs bepaald rumoerig. Het piepte, kraakte en knarste er en je hoorde zelfs kreunende geluiden. Alsof de bomen wilden aangeven dat ze het onder de heersende omstandigheden knap moeilijk hadden. Met een beetje verbeelding fantaseerde ik in de kakafonie van geluiden zelfs Kramsvogels te horen en broedvogels die nu nog in Afrika vertoeven. Daar is het nog te vroeg voor. Voorlopig moeten we wachten op betere tijden.