Vrijwilligersorganisaties Noordenveld uiten zorgen over nieuwe WMO-raad

image

‘De jeugdhulpvereniging hoeft niet mee te beslissen over het plaatsen van een wipkip’

NOORDENVELD – Een brandbrief van Steunpunt Vrijwilligers, Contactpunt Mantelzorg en Humanitas Noordenveld zorgde ervoor dat de nieuw op te richten WMO-raad onlangs van de gemeentelijke agenda is gehaald. De vrijwilligersorganisaties maken zich grote zorgen over de nieuwe raad dat voorheen als platform fungeerde. Zij vrezen voor minder betrokkenheid en zijn bang dat achterbannen niet voldoende gehoord worden door de transformatie naar –een veel compactere- raad. Ook klagen zij over de gebrekkige communicatie van de raad.

De angst dat niet iedereen langer gehoord wordt in belangrijke maatschappelijke kwesties is de grootste angst van de vrijwilligersorganisaties. In het platform waren alle organisaties vertegenwoordigd, in de raad is maar plek voor 9 mensen. Als platform zaten zij 1 keer per maand aan tafel voor overleg, in de nieuwe situatie zullen de organisaties zo’n drie keer per jaar door de raad worden uitgenodigd voor plenair overleg. “Af en toe was dat net een Poolse Landdag, maar alle groepen konden wél meedenken in de ontwikkelingen. Je zou ook kunnen zeggen: er ontstaat dynamiek. En dat is ook wat je mag verwachten van een participatiesamenleving”, regeert Frens Sikkema van Humanitas Noordenveld. “De samenleving moet zo breed mogelijk getrokken worden is onze mening. Nu wordt de inbreng vanuit de maatschappij juist teruggezet. Afgelopen februari hebben we voor het laatst vergaderd. In april ontvingen we een nieuwsbrief met de mededeling dat we op 9 september uitgenodigd worden voor een bijeenkomst. Ik snap wel dat een nieuw systeem ook om andere vertegenwoordiging vraagt, maar dit is wel een heel minimale invulling.”

‘We staan nu aan de zijlijn te koekeloeren’

Ook Janny Verheijke, vrijwilliger bij Contactpunt Mantelzorg is bezorgd om dezelfde reden. “We zijn als organisatie gewend om actief mee te denken vanaf het allereerste begin. Nu staan we aan de zijlijn te koekeloeren. Dat vind ik jammer. Bovendien hadden we een goed contact met de gemeente. Plezierige overlegsituaties met beleidsmedewerkers en ambtenaren. Ik snap dat met de invoering van de transities een andere vorm van vertegenwoordiging gewenst is. Maar je moet hierin wél je achterban waarborgen. Nu liggen er plannen klaar en wij weten van niets. We zijn niet betrokken bij de totstandkoming ervan.”

Gebruikersgroep staat centraal

Dat niet iedereen wordt gehoord in de nieuwe situatie, erkent Ronald van der Meijden, voorzitter van de Sociaal Maatschappelijke Adviesraad Noordenveld (SMA), zoals de WMO-raad straks officieel heet. “We kijken éérst wie het aangaat, en daar zoeken we expertise bij. Zo kunnen we sneller en slagvaardiger ter werk gaan. We willen voorkomen dat jeugdhulpvereniging meebeslist over het plaatsen van een wipkip. Daar zit ook het grote verschil met vroeger: iedereen aan tafel werd gehoord. Zo was het ook mogelijk dat organisaties die niets met het beleid te maken hadden het tóch wegstemden. Vicevoorzitter van de SMA Nicolyne van Wingerden vult Van der Meijden aan: “Als raad stellen we de gebruikersgroep centraal. Moet er beleid gemaakt worden voor mensen met een visuele handicap? Dan spreken wij de vertegenwoordiger van de desbetreffende cliëntenorganisatie aan. In dit voorbeeld zou dat iemand van Auditief of Visio kunnen zijn. Wij gaan juist heel erg bewaken dat iedereen die iets te maken heeft met bepaald beleid, gehoord wordt. Mensen betrekken op basis van ‘need to know’, dat is het idee.”

Van der Meijden snapt de commotie over ontbrekende betrokkenheid bij de nieuwe plannen niet. “Iedere organisatie is geïnformeerd over de toekomst van het WMO-platform. Allemaal konden zij hun stem uitbrengen. Op één uitzondering na was iedereen akkoord met deze vorm. Niet allemaal even juichend, maar er was groen licht. Tja, en dan gaan wij als werkgroep (raad) verder met de ontwikkeling van plannen. Logisch toch? En iedereen mag ons op het vestje spugen wanneer wij niet doen wat we hebben afgesproken. Dat het allemaal wat lang op zich laat wachten, ligt niet aan ons. Ondanks dat wij bij de gemeente hebben aangegeven dat de brief van de vrijwilligersorganisaties een interne aangelegenheid betreft, heeft de wethouder de SMA toch van de agenda gehaald. Nu is het punt doorgeschoven naar 9 september. Dat duurt nog even, inderdaad. Maar misschien is het beter er nu iets langer over te doen dan dat we straks iets hebben gemist.”

In de toekomstige SMA zitten 9 mensen die ieder hun eigen expertise hebben. Op dit moment zijn er 6 leden aangesteld. De werkgroep is in gesprek met een aantal mensen om de overige 3 zetels in te vullen. Het gaat om twee bestuursleden en een ambtelijk secretaris die zij uit de doelgroep willen betrekken. “Iemand in een rolstoel zou dat prima kunnen doen”. De raadsleden zijn het contact tussen gemeente en de verschillende organisaties en zorginstanties. Om tot een oordeel te komen over bepaald beleid wint de raad informatie in bij de vertegenwoordiger van een cliëntenvereniging, die op haar beurt de juiste informatie bij haar achterban vandaan haalt. Als er een mening is gevormd, geeft de raad gevraagd én ongevraagd advies aan de gemeenteraad. “We zullen naar bevind van zekerheid handelen. En als blijkt dat er iets in de uitwerking niet werkt, zullen we het moeten bijstellen. De praktijk is bepalend”, besluit Van der Meijden.