Vroege vogel

column-Cees-Tjiftjaf

Het is van de ene op de andere dag dat bepaalde vogels, soms massaal, terugkeren uit hun overwinteringsgebieden. In het geval van de Tjiftjaf (foto: Bertus van der Velde) dringt zich de vergelijking met een vloedgolf op die Nederland overspoelt. De Tjiftjaf is met meer dan 500.000 broedparen dan ook één van de talrijkste broedvogels van Nederland. Vroeger werd hij beschouwd als een typische zomergast, maar tegenwoordig wordt hij aangeduid als een jaarvogel.

In de categorie jaarvogels wordt onderscheid gemaakt tussen standvogels en soorten waarvan de broedpopulatie geheel of gedeeltelijk wegtrekt en wordt vervangen door noordelijke populaties. Als voorbeeld kan de Spreeuw worden genoemd. Van de broedvogels trekt 80% zuidwaarts en 20% overwintert hier. Nou zal van die 20% best wel wat heen en weer worden gevlogen en van de vogels uit het noorden die hier heentrekken zullen ook veel verder trekken. Echt grote aantallen van de Spreeuw zien we op bepaalde momenten in de herfst en in het voorjaar. Een tijdje geleden stond een foto in de krant (DvhN) van een zwerm van enkele tienduizenden spreeuwen in het Lauwersmeer. Dat is altijd een spectaculair gezicht, vooral vanwege al het draaien en keren van de vogels waardoor je steeds andere patronen krijgt te zien.

In deze categorie horen verder soorten thuis als de Wilde eend, Watersnip, Roodborst, Zanglijster en ook de Kievit is zo’n jaarvogel. Van de laatste heb ik vooral het idee dat deze een beetje met de vorstgrens meetrekt. Onder echt winterse omstandigheden houdt hij het misschien wel een tijdje vol door in te teren op de vetreserves, maar het moet niet te lang duren. Ik herinner me nog goed dat ze hier in een bepaald jaar door de winter werden overvallen en toen was het te laat om nog weg te trekken, want vliegen kost natuurlijk ook een hoop energie. Ze gokten er dus op dat die winterse periode niet te lang zou duren en bleven. Opportunisme kan ze niet worden ontzegd! Dat betekende wel dat schraalhans keukenmeester was en daardoor doken ze op de meest onverwachte plekken op. In mijn woonplaats Roden zag je ze toen zelfs in plantsoentjes en ook op het jaarbeursterrein verbleven enkele exemplaren. Veel viel er toen niet te halen, want de bulk van wat ze eten is dierlijk voedsel. Het scheelt wel dat ze daarnaast tevens zaden eten en daardoor overleefden de meeste vogels toen die periode.

Terug naar de Tjiftjaf die, zoals ik in het begin al schreef, vroeger een echte zomervogel was en ’s winters wegtrok naar het zuidelijke deel van het Iberisch Schiereiland en Noord-Afrika (vooral Marokko). Maar steeds meer zie je hier overwinterende tjiftjaffen en vooral afgelopen winter waren het er vele, hoewel ik hem zelf hier in Roden niet heb gezien en er ook geen meldingen van heb binnengekregen. De Tjiftjaf is een echte insecteneter en die zullen in de afgelopen zachte winterperiode ongetwijfeld voorhanden zijn geweest en ik vermoed dat die vele tjiftjaffen vooral meer in Zuid-Nederland zijn gezien. Maar nu zijn ze weer massaal terug en dat merkte ik afgelopen weekeinde tijdens de broedvogelinventarisaties die ik verrichtte in het Mensingebos, daar was hij nog niet echt talrijk, en in de Kleibos. Hier was hij met zo’n 20 zingende mannetjes de best vertegenwoordigde broedvogel, nog voor de eveneens talrijke Roodborst. Wanneer je hem nog een beetje beschouwt als zomervogel is hij één van de soorten die het vroegst uit de overwinteringsgebieden terugkeert. De sterk erop gelijkende Fitis komt pas een paar weken later terug.

Nog even iets over de tevens genoemde standvogels: Dat zijn vogels die hier broeden en geen trek vertonen. Voorbeelden zijn de Havik, Bosuil, spechten, kraaiachtigen en Huis- en Ringmus. De Avifauna van Nederland kent verder begrippen als doortrekkers (alleen in de trektijd aanwezig), wintergasten (in het winterhalfjaar aanwezig, zoals de Ruigpootbuizerd), jaargasten (het hele jaar aanwezige niet-broedvogels) en zomergasten (in het zomerhalfjaar aanwezige niet-broedvogels). Zo bent u weer helemaal op de hoogte.