‘Vroeger was je oud als je 65 werd, maar je hoeft niet achter de geraniums’

Luut de Groot (84) blijft onverminderd bezig

RODEN – ‘Hoe oud je gaat worden, dat heb je zelf in de hand.’ De woorden van Luut de Groot, hij wordt 84 in augustus, blijven hangen. Nog steeds is de oprichter van het Fitnesscentrum in Roden dagelijks in beweging. Want: stilstand is achteruitgang. Zijn levensstijl is gericht op gezondheid, zodat oud worden voor hem geen probleem is.

Luut heeft zich achter een bak koffie genesteld in een verder verlaten Fitnesscentrum. De coronacrisis maakt dat het angstvallig stil is aan de Kanaalstraat, waar het anders een komen en gaan van mensen is. Het doet zoon Bert (55) pijn om zijn zaak zo te zien. Zijn onvrede over het late openen van de sportschool, sprak hij al eerder uit in De Krant. Gelukkig kunnen leden buiten alsnog in beweging komen. Ideaal is het niet, maar zo wordt hen toch een alternatief aangeboden.

Het was 1983 toen zijn vader begon met het fitnesscentrum in Roden. Het leven van Luut, die in 1936 in Alteveer het leven zag, bestond eigenlijk altijd uit sporten. ‘Ik begon met gym en ging later voetballen’, zegt hij. ‘Daarna ben ik op judo gegaan.’ Maar uiteindelijk was het van origine Zuid-Koreaanse taekwondo de sport die Luuts hart stal. ‘Er was een demonstratie van taekwondo in Groningen’, herinnert hij zich. ‘Vrij snel daarna besloot ik mijn eigen taekwondoschool op te zetten. Ik zat in Leek, Drachten, Surhuisterveen… Eigenlijk door heel het noorden wel. In ’83 kreeg ik de kans om hier in Roden mijn sportschool op te zetten. Destijds had die een oppervlakte van 250 vierkante meter. Nu is dat bijna het tienvoudige.’

Ook Bert herinnert zich de beginfase van de sportschool goed. ‘We deden veel zelf, ook wat verbouwingen betrof. Mijn vader was niet per se een ondernemer, het was meer iemand met een drive, met een passie’, zegt hij. ‘Mouwen opstropen en er voor gaan, dat was het. In de jaren ’80 was fitness nog niet zo bekend. Het werd al gauw geassocieerd met bodybuilding, wat in die tijd vrij populair was. De mensen die hier in het begin kwamen, waren vaak twintigers met enkele verdwaalde dertigers er tussen. In die fase was het echt een sportschool, nu is het meer een vitaliteitscentrum.’

Het beginnen van een sportschool was geen kinnesinne. Indertijd was het niet gebruikelijk dat men, naast voetbal of korfbal, nog aan fitness deden. Het maakte de fitnesscentrum voor sommigen onbekend terrein. ‘Men moest er aan wennen’, denkt Luut hardop. ‘Ik weet nog dat wij hier in mei begonnen. Wat volgde was een hele hete zomer, waarin klanten grotendeels uitbleven. We zetten kannen met koffie, waarvan wij zelf de grootste afnemer waren. Het was pionieren, men had geen besef van fitness. Ik wist zelf niet eens of ik bestaansrecht had.’ Toch kwam er langzamerhand een kentering en wist men steeds vaker de sportschool aan de Kanaalstraat te vinden. ‘Dat groeide geleidelijk. Aan het begin waren er veel jonge mensen die hier kwamen en het waren overwegend mannen. Ook dat is door de jaren heen veranderd.’

De sportschool groeide gestaag en bood steeds meer aan. Niet langer was het sec een sportschool, steeds meer werd het een vitaliteitscentrum. Er werd uitgebreid, waarbij prachtig gebruik werd gemaakt van de oude melkfabriek. Terugkijkend zou Luut het op dezelfde manier hebben gedaan. ‘Natuurlijk heb ik moeilijke tijden gekend, maar ik zou het zeker over doen.’  

Het is de passie voor sport die hij zelf al lang heeft gehad, die er uiteindelijk voor zorgde dat Luut een succesvol fitnesscentrum kon oprichten. ‘In mijn tijd was het nog niet zo vanzelfsprekend dat je op meerdere sporten tegelijk zat. Je moest keuzes maken, één sport was meer dan voldoende. Misschien ook maar beter, want als ik alle sporten had bedreven die ik wilde doen, dan kwam ik waarschijnlijk tijd te kort.’

‘De sportiviteit komt bij mij vanzelf’, vervolgt Luut. ‘Dat ik dat op deze leeftijd nog heb, vind ik zelf niet zo’n prestatie eigenlijk. Je kunt mij geen groter plezier doen, dan me te laten bewegen. Maar ik weet dat er veel mensen zijn bij wie dat niet zo is.’ Hoe je die mensen motiveert? ‘Het belangrijkste is dat je begint en daarna is het belangrijk om dat vol te houden. Veel mensen krijgen vroeg of laat van de dokter te horen dat ze meer moeten bewegen. Wanneer ze dat traject hebben ingezet, is blijven bewegen misschien wel het moeilijkst. Wat kan helpen? Een pretprogramma. Iedereen heeft wel eens geen zin, zorg dan dat je iets leuks doet. Je zult zien dat als je eenmaal weer bezig bent, het op den duur vanzelf gaat.’

Luut is het levende bewijs dat een gezonde levensstijl voor geluk op de lange termijn zorgt. ‘Vroeger was je oud als je 65 was’, zegt hij. ‘Maar dat hoeft helemaal niet. Je hoeft niet achter de geraniums te gaan zitten, zeker niet.’ Zoon Bert beaamt dat. ‘Je ziet tegenwoordig ook steeds meer ouderen in het fitnesscentrum. Vitaliteit, bezig zijn: het is heel belangrijk. Je ziet het bij mijn vader.’

‘Je conditie die je op je veertigste levensjaar hebt, kun je dertig jaar vasthouden’, zegt Luut plotseling. ‘Wetenschappelijk bewezen. Fit zijn is een keuze, net zoals je een keuze hebt hoe oud je zal worden. Natuurlijk kun je pech hebben, ziek worden of een ongeluk krijgen. Maar over het algemeen kun je er zelf iets aan doen.’