‘Wat kan ik zelf doen?, dát is de vraag die burgers zichzelf moeten stellen’

Nieuwe Wmo vraagt verandering in denken bij burger

RODEN – Tot halverwege dit jaar nog, kon iedere burger een formuliertje invullen en aankruisen waar behoefte aan was. Huishoudelijke hulp? Vinkje. Hulp bij het aankleden? Vinkje. Taxipas? Ook handig. Even een kwestie van het briefje inleveren bij de gemeente, en hupla, de zorg zat gebeiteld. Dat is vanaf nu verleden tijd. De tijd dat de bomen tot de hemel groeiden, is echt wel voorbij. “Het is niet zo dat er géén geld beschikbaar is, maar het wordt besteed aan mensen die het écht nodig hebben”, vertelt Greta Hoving, teamleider Welzijn, Onderwijs en Sport bij de gemeente Noordenveld.
Behalve dat de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Jeugdwet straks onder gemeentelijke verantwoordelijkheid vallen, is het ook de bedoeling dat burgers zelf anders leren denken. ‘Wat kan ik zelf doen’, is de vraag die zij zichzelf het allereerst moeten stellen, legt Hoving uit. “Wat echt niet betekent dat je verplicht je buurvrouw moet douchen hoor. Dat is wat veel mensen denken, merken we. Voor wie echt hulp nodig heeft, is er geld beschikbaar. Maar zorgvraag begint bij anders denken: ‘wat kan ik zelf’, in plaats van: ‘het zal wel geregeld worden’. ‘Het kantelmoment’ heet dat. Dat doe je ook als je jong bent en gaat studeren. Dan ga je op kamers en neemt een bijbaantje. Wanneer je gaat samenwonen of kinderen krijgt, speel je daarop in door groter te wonen. En als je ouder wordt, zul je daar ook op moeten anticiperen. Afwachten en maar zien hoe het komt, want de gemeente lost het immers wel op, is niet langer aan de orde. Het is niet normaal wanneer je 69 bent, de huishoudelijke hulp opzegt en die vervolgens bij de gemeente opnieuw aanvraagt. Huishoudelijke hulp werd tot 2007 beschouwd als ‘bijzondere zorgkosten’ en viel onder de AWBZ, een wet die stamt uit 1968. We leven nu in een heel andere tijd hè? We worden steeds ouder, een dergelijke wet die zonder pardon alles maar vergoed is niet meer vol te houden. De zorgkosten rijzen de pan uit. Bovendien is er niets mis mee om zelf na te denken over mogelijke oplossingen. Het bevordert de creativiteit”, stelt Hoving.
Deze ontwikkeling is ook te merken aan de verschillende community’s die ontstaan. Zo zijn er al een groot aantal ruil-, deel- en hulpsites op internet. Een goed voorbeeld hiervan is wehelpen.nl. Hierop organiseren mensen zélf de hulp die ze nodig hebben en bieden aan wat zij kunnen doen. De hond van de overburen uitlaten in ruil voor de belastingaangifte. Met de buurvrouw naar het ziekenhuis in ruil voor een pan soep, zijn daar voorbeelden van. “Het doel is om de groei uit de Wmo te halen, maar niet de kosten. Dat kan ook niet, juist omdat we steeds ouder worden. De Wmo is met 15 procent afgevlakt, en de klanttevredenheid is omhoog gegaan. Hoe dat kan? Iedereen die een vorm van hulp nodig heeft, kan via een meldingsformulier contact opnemen met de gemeente. Binnen 24 uur zorgen wij dat er contact is en binnen drie dagen staat er een afspraak. De Noordenveldwerker bespreekt samen met de burger aan de keukentafel de hulpbehoefte en wat daarin de mogelijkheden zijn. Dus geen onpersoonlijke formuliertjes meer, maar een gesprek van mens tot mens. Een mooi voorbeeld hiervan is een ouder echtpaar uit Peize. Zij vroegen een taxipas aan. De auto stond weliswaar op de oprit, maar ze hadden in tijden niet gereden. Ze durfden niet meer achter het stuur te stappen. Samen hebben we afgesproken om een paar rijlessen te nemen. En raad eens? Ze rijden weer. Met héél veel plezier.”