Wat nu nog rest is de hoofdprijs

alida

Alida’s Smulpaleis tweede van Nederland!

RODEN – Roden, twee maanden geleden. Jan Willems zit aan de koffie in zijn zaak. Hij wil een oproep doen om maar zoveel mogelijk stemmen te winnen voor de publieksprijs voor de Cafetaria Top 100. Hij bedenkt een actie en zegt dat de publieksprijs voor een zaak als de zijne eigenlijk het maximaal haalbare is. ‘De beste cafetaria van Nederland kunnen we zo niet worden. Zijn we veel te klein voor. De top 3 is al een utoptie. Daarom gaan we met z’n alleen voor de publieksprijs.’ Hoe anders kan het lopen. In Nijkerk werd Alida’s Smulpaleis vorige week uitgeroepen tot de één na beste cafetaria van Nederland. Zeg maar het PSV of Feyenoord van Nederland. En passant werden ook de imago en de publieksprijs binnengesleept en mag de zaak van Jan en Alida zich ook de beste cafetaria van Drenthe noemen.

Flabbergasted. Zo voelden Jan en Alida zich afgelopen dinsdag. Ze konden het eigenlijk niet vatten. Ze begrepen het niet. Vatten het niet. Klanten komen binnen om bloemen te brengen. De telefoon van Jan gaat continu. RTV Drenthe belt. RTV Noord komt langs. Er is even contact met RTL Late Night. Mensen maken foto’s en bestellen hun favoriete snacks in de op één na beste cafetaria van Nederland. ‘Nu moeten we wel voor de eerste plaats gaan’, zegt Jan later. En inderdaad: er zit niks anders op. En Jan en Alida een beetje kennend, komt die prijs er ook. Ooit. ‘Voordeel is in elk geval dat Bon Appetit – de winnaar van dit jaar- volgend jaar uitgesloten is van deelname. Dus dat biedt wel kansen’, mijmert Jan.

Het juryrapport loog er niet om. Let wel: de uitslag van de Top 100 komt niet zomaar tot stand. Bedrijven worden bezocht door mystery visitors en later buigen een hoofd- en vakjury zich over de deelnemers. Je moet dus wel wat zijn. Iets betekenen. In het juryrapport wordt ondermeer de gastvrijheid geprezen. De kaart is blikvanger, streekproducten en A-merken, zo staat er verder te lezen. Wat de beszoekers en de juryleden verder opvalt: het personeel en de ondernemers zelf lopen er piekfijn bij. In de kenmerkende geelzwarte outfits is iedere medewerker van kilometers afstand herkenbaar. Zoals ze werken, zo zien ze er uit. Correct, netjes en op en top professioneel. Ook de activiteiten wat betreft klantenbinding en social media worden geprezen. Het kan – als je het rapport leest- amper beter.

Al achttien jaar bestaat het bedrijf inmiddels. Alida is sinds 1996 actief, met de bekende en ook al prachtige wagen. Twee jaar later kwam Jan er bij. In 2002 werd een modernere snackwagen gebouwd en sinds 2011 zit het bedrijf in het huidige pand. Een pand waar verantwoord gefrituurd wordt, afval wordt gescheiden en gebruik gemaakt wordt van energiezuinige apparatuur. Jan en Alida geven bovendien jonge mensen de kans zich te ontwikkelen. Behalve een stage of werk, mogen zij meedenken over het beleid. De nu al befaamde roti-weekenden zijn daar een mooi voorbeeld van.
Roden moet trots zijn op Alida’s Smulpaleis. Welk ander bedrijf kan zeggen dat het de op één na beste van heel Nederland is? De vraag stellen is ‘m beantwoorden. Niemand. En daarom ook mogen Jan en Alida trots zijn. ‘En we zijn trots op het personeel’, zegt Jan nog. En ook die laatste zin is typerend.

Hard werken was en is het zeker. ‘Zestig uur gemiddeld’, zegt Jan, die hoopt – ook door het huidige pand- wat af te kunnen bouwen naar vijftig uur per week. Hard werken loont, zeker ook in de cafetaria sector. ‘We hebben een goed bedrijf. Ook op financieel gebied. Ook dat heeft de jury allemaal uitvoerig bekeken’, zegt Jan, die altijd open staat voor innovatie. ‘Ik ben wat dat betreft net een Chinees. De goede dingen haal ik er uit. Als dat binnen ons bedrijf past, passen we dat toe. Zo wordt je steeds wat beter. Je hoeft het wiel niet altijd opnieuw uit te vinden.’

Jan is inmiddels 42 jaar, Alida vier jaar jonger. ‘Haha, we willen dan misschien wel wat minder uren gaan maken, stoppen is er niet bij. En toch denken we wel al aan onze opvolging. Ja echt, dat doen we. Regeren is vooruitzien. Zo simpel is het’, zegt Jan, die zich terdege bewust is van het feit dat hij volgend jaar behalve winnaar ook zomaar op plek 25 kan eindigen. ‘Dat besef moet je houden. Maar je moet wel altijd weten waar je mee bezig bent, waar je naar toe wilt. Dit jaar hadden we wellicht wat geluk met de tijd waarop de jury langs kwam, dinsdagmiddag half twaalf. Komen ze net op het toppunt van drukte, dan kan het net even anders zijn. Zo reëel moet je zijn en blijven.’