‘We denken vanuit voorzieningen, niet vanuit bakstenen’

Roden de hullen

Interzorg:

RODEN/PEIZE – De zorg verandert. Of beter: is al veranderd. Het verzorgingshuis zoals we dat heel lang kenden en waar mensen hoopten heel oud te worden, is niet meer. Ouderen wonen langer thuis, huren woonruimte en zorg in, richten samen wooninitiatieven op of trekken bij hun kinderen in. Vorige week stond in De Krant dat De Hullen en De Hoprank over drie jaar weg zijn. ‘Een misvatting’, zegt Astrid-Odile de Visser van de Raad van bestuur. Het veroorzaakte onrust onder inwoners van Roden en Peize, maar ook onder bijvoorbeeld de vele vrijwilligers. Dat er van alles in de zorg gaande is, is een feit. Maar bewoners van De Hullen en De Hoprank hoeven zich geen zorgen te maken.
Vorige week dachten inwoners van de gemeente Noordenveld heel even dat ze over drie jaar afscheid zouden nemen van De Hullen en De Hoprank. ‘Dat is dus niet het geval. Wel is het zo dat Interzorg zich steeds meer focust op zware zorg, bij mensen thuis maar ook op onze locaties. Dat doen we vanuit onze visie en onze ervaring op het gebied van deze zorg en behandeling, maar ook omdat wij denken dat daaraan behoefte is. Dat heeft natuurlijk wel enkele consequenties voor onze gebouwen. Zwaardere zorg vergt aanpassingen aan gebouwen of vraagt wellicht zelfs om andere gebouwen. Misschien gaan we panden renoveren of op zoek naar een nieuw gebouw in dezelfde gemeenschap. Maar welke keuze we ook maken, wij blijven ons ervoor inzetten om de voorzieningen die we de afgelopen jaren hebben opgebouwd in de vijf gemeentes te behouden. Mensen kunnen gebruik blijven maken van onze diensten en voorzieningen. En wij horen graag wat wij voor mensen kunnen betekenen, thuis of op een van de negen zorglocaties in de vijf gemeenten waar wij nu ook zorg bieden. Deze transitie in de zorg vergt ook voor onze organisatie een andere denkwijze. We moeten denken vanuit voorzieningen en minder vanuit bakstenen. Maar de zorg en de voorzieningen van Interzorg blijven. Daar zetten wij ons voor in’, zegt Astrid-Odile de Visser, Raad van Bestuur van Interzorg.
Interzorg kiest voor zware zorg. ‘Dat past bij onze organisatie. Medewerkers die hiervoor nog niet voldoende zijn opgeleid, worden bijgeschoold om die zorg te kunnen verlenen. Dat we steeds minder appartementen krijgen, is ook helder. Vroeger waren dat er negenhonderd, nu zijn dat er nog zo’n achthonderd, maar in de verre toekomst verwachten we dat dat er nog zo’n zeshonderd zijn. Let wel: dat is op de langere termijn. Dus niet over drie jaar. En dus kan het zijn dat bijvoorbeeld in De Hullen bepaalde delen van het gebouw leeg komen te staan. ‘Dat zijn dure lege vierkante meters. Daarover moeten we dan een besluit nemen: wat gaan we met dat deel van het gebouw doen? Dat soort keuzes zullen gemaakt moeten worden in de toekomst.’

De zorg verandert dus. De visie van Interzorg blijft echter overeind. ‘We zullen in de toekomst meer samen moeten doen. Peize is een mooi voorbeeld. Daar hebben we onlangs een “dorpsgesprek” georganiseerd om te praten met zo’n honderd mensen over de toekomst van de zorg en van De Hoprank. De betrokkenheid was groot. Met elkaar, inwoners, de gemeente, bedrijven en maatschappelijk betrokken organisaties zoals Interzorg en de woningcorporatie, moeten we de voorzieningen in het dorp in stand houden. En die bereidheid is er, ook inwoners willen daaraan graag bijdragen. Dat bleek in Peize wel. Ik kijk met voldoening op die bijeenkomst terug’, zegt De Visser. ‘Want samenwerken is de nieuwe manier van zorg, zeg maar zorg 2.0.’