‘We moeten zuinig met het Rodermarktlied omgaan’

Rodermarktlied: over Teun Piek, Sacha en de remake van Roel en Bert

RODEN – ‘Elke ploats het zo zien doagen met een feest of een festijn.’ Een beetje Roner weet na deze zin over welk lied het gaat. En de diehard Roner zingt het hele lied vervolgens ook mee. Het is het Rodermarktlied, waarvan het origineel uit 1978 stamt. Ondanks dat het lied bij velen nog bekend is, hoor je het niet heel vaak meer tijdens de Rodermarkt. Inmiddels gaan er stemmen op om het lied een prominente plek te geven bij de opening van de Jaarbeurs/NoorderExpo. De Krant dook echter in het verleden en ging op zoek naar de oorsprong van het lied.

Het is 27 augustus en bloedheet. We bellen aan bij Roel Brink, oud-leraar en schrijver van menig revue, lied, gedicht en voorstelling. Inmiddels heeft hij dat leven achter zich gelaten en richt hij zich thuis op zijn schilderijen. Ook daarvoor heeft hij talent. Het zijn niet de minste doekjes die hij in zijn huis heeft hangen.

Roel wilde, op verzoek van De Krant, wel even in het verleden van het Rodermarktlied duiken. Zelf weet hij er aardig wat van. Dat kan ook haast niet anders, want in 2004 bracht hij samen met achterbuurman Bert Akker een nieuwe versie van het lied uit. ‘Daar zat iets meer tempo in. We brachten het uit op een cd en bij de opening van de Jaarbeurs zongen wij dat lied. Later zongen we het nog op de maandagavond om 12 uur. Dit was ter inleiding van de Rodernacht’, herinnert Roel zich. Maar voor we het verder over de versie uit 2004 gaan hebben, gaan we terug naar het begin: 1978.

Het lied is geschreven door Teun Piek en ingezongen door het Rôner Zakenkoor. Hierbij kregen zij medewerking van de Royal Showband. De centrale rol in het geheel is echter weggelegd voor Teun Piek. Piek was een zeer creatieve en soms wat eigenzinnige man. De aanjager van de Rodermarktparade, waarvoor hij dikwijls ook de ontwerpen maakte. ‘Ik heb Teun nog gekend, maar toen was hij behoorlijk op leeftijd. Hij vertelde mij dat hij het lied binnen een paar uur geschreven heeft. De melodie hoorde hij op de radio’, weet Roel. ‘Het is een echt feestlied. Een goed lied ook, vind ik. De bekendste zin is: “Het grootste feest is Ronermaark”. Dat is goed, direct de overtreffende trap. Daarnaast heeft hij in zijn lied veel beginrijm, ook wel stafrijm genoemd. Denk aan “met een feest of een festijn”, “vlot en vrolijk dit refrein” en “op Ronermaark bij ons in Roon”. Ik vind het echt een sterk lied.’

Dat Piek een goede schrijver was, stond al voor het verschijnen van het Rodermarktlied vast. ‘Teun schreef ook voor de Bekketrekkers, het cabaretgezelschap wat door Peter van der Velde in het leven is geroepen. Zij genoten landelijke bekendheid.’ Of hij het Rodermarktlied in opdracht heeft geschreven, durft Roel niet te zeggen. ‘Ik vermoed dat hij gewoon zelf met het lied tevoorschijn kwam. En het is een mooi lied geworden.’

Het lied kwam direct uit op een singeltje, zoals dat toen nog ging. Het was een andere tijd. De festiviteiten in Roden zagen er nog heel anders uit. ‘In de grote feesthal kwamen echt grote artiesten. Het muziekprogramma begon toen nog eerder, meestal om acht uur. Om half zeven zaten de eersten er al. Om plekken vrij te houden voor vrienden. Dan kwamen artiesten als Ria Valk, Rita Corita en De Kermisklanten optreden. Dit alles werd dan aan elkaar gepraat door een conferencier zoals Frans Vrolijk. Een avondvullend programma was het.’

In Roden en omstreken won het lied rond die tijd snel aan populariteit. Piek had een bescheiden hit te pakken en langzaam maar zeker groeide het uit tot een soort ‘Rodermarktvolkslied’. Piek bleef na het uitbrengen nog betrokken bij het ontwerpen van Rodermarktwagens. Iets wat hem niet altijd plezier verschafte, zo herinnert Roel zich. ‘Teun was nogal kritisch. Hij kwam vaak kijken bij bouwploegen en kwam dan tot de conclusie dat hij het “niet zo bedoeld had”. Ik weet dat er in de jaren ’60 een bouwploeg was die aan de gang ging met het thema midzomernachtdroom. Teun had het ontwerp gemaakt, maar kon de bouwgroep melden dat hun uitvoering “nargens op leek”. De bouwgroep kon dat op hun beurt ook niet zo waarderen, waardoor hij nog wel eens woorden kreeg. Teun voelde zich soms wat miskend. Daarom is hij er op den duur maar mee gestopt. Op latere leeftijd zou hij ook niet meer bij de parade komen.’

Teun was een bekende Roner en niet alleen door zijn rol bij de Bekketrekkers of door de uitvinding van het Rodermarktlied. ‘Hij was ook omroeper in het dorp’, zegt Roel, die zijn vuist tot een denkbeeldige microfoon balt. ‘”Dames en heren, attentie, morgenavond de wedstrijd tussen de VV Roden en VV GOMOS”, dat werk. En op de ijsbaan en bij VV Roden regelde hij de muziek.’ De herinnering hieraan lokt zowaar een anekdote uit bij Roel. ‘Teun was meestal al een uur voor de wedstrijd aanwezig bij Roden om plaatjes te draaien. Jan Ensing hielp hem hier vaak bij. Op een dag was het een uur voor de wedstrijd en viel het Teun op dat het nogal rustig was. Maar goed, hij begon alvast met het draaien van liedjes. Toen het half twee was, merkte hij op dat er nog steeds maar weinig op het sportpark gebeurde. Een kwartier voor tijd kwam iemand de beide heren vertellen dat de wedstrijd was afgelast. Zaten ze toch al bijna een uur muziek te draaien.’

Een nieuw leven

In 2004 wordt het nummer van Teun een nieuw leven in geblazen. Al is dat niet voor het eerst. Ene Sacha bracht in 1999 al een nieuwe versie uit. De versie, die Roel toevallig op een cd heeft staan, klinkt op z’n zachtst gezegd ‘niet al te best’. Dat vindt Roel ook. ‘Ik vind dit heel slecht’, zegt hij wanneer het lied twintig seconden door zijn woonkamer galmt. Het lied is erg up tempo, maar de melodie van het origineel is er haast niet in te herkennen. ‘Teun was altijd erg zuinig op zijn muziek en eigenlijk kun je dit dus niet maken’, vindt Roel. In 2004 kwam het idee om het Rodermarktlied een goed vervolg te geven. ‘Teun was inmiddels overleden, dus zijn we naar zijn dochter gegaan met de vraag of zij er bezwaar tegen had als wij een nieuwe versie maakten. Dat was niet het geval, dus ging ik samen met Bert Akker aan de slag.’

Het lied kwam er, met medewerking van de lokale middenstand en Peter Vorenholt. ‘We konden de cd bij hem opnemen, maar dat brengt nogal wat kosten met zich mee. Ik geloof dat we zesduizend euro nodig hadden. Dat geld kwam er door onder andere een gulle gift van Sjors van der Heide, maar ook door Volksvermaken Roden, de gemeente Noordenveld, Buiter en Edah Jansma. In september 2004 kwam onze versie uit. Er zat wat meer tempo in. Inmiddels hadden we geregeld dat we het lied tijdens de opening van de Jaarbeurs konden spelen. Dan zouden we ook onze cd presenteren. Maar dat leverde nogal wat problemen op. Het duurde namelijk lang voor de cd klaar was. Op de maandag voor de Rodermarkt was hij er nog niet. Die dinsdag ook niet. Ik belde Peter en hij probeerde me gerust te stellen. Op woensdagmiddag belde hij weer. “De cd is er”, zei hij. “Maar die moet nog wel even worden opgehaald uit Geertruidenberg. Mij gaat dat niet lukken.” Toen waren we mooi in paniek. Uiteindelijk heb ik die donderdag vrij moeten nemen om de cd’s op te halen. Reed ik met vijfhonderd cd’s op en neer naar Brabant. Dat was me wat.’

Het lied werd gelukkig goed ontvangen door het publiek. Toch werden Bert en Roel na 2004 nooit meer gevraagd om het lied te spelen op de opening. ‘We hebben in 2004 nog wel de nacht van Roden ingeleid met het lied. Al ging dat ook niet zonder horten of stoten. Het bandje met de muziek was namelijk zoek. Er brak paniek uit, totdat bleek dat iemand van het geluid per ongeluk op het bandje was gaan zitten. We konden het lied dus gewoon spelen en er brak spontaan een polonaise uit in de tent. Mooi toch?’

‘We moeten zuinig zijn op Teuns muziek’

Dat het Jaarbeursbestuur voornemens is om het lied tijdens de opening van de Rodermarkt te laten draaien, vindt Roel een goed plan. ‘Zeker weten, al ben ik benieuwd welke versie ze laten horen.’ Plannen om een soort wedstrijd uit te schrijven voor een nieuwe versie van het Rodermarktlied, vindt Roel minder geslaagd. ‘Teun was erg zuinig op zijn werk. Ik vind daarom dat wij ook zuinig moeten zijn op zijn muziek’, zegt Roel. ‘We willen natuurlijk niet meer zo’n remake als Sacha ooit maakte. Toen wij ermee aan de slag gingen, hebben wij hiervoor toestemming gevraagd aan de familie. Ik denk niet dat Teun had gewild dat iedereen er zomaar een nieuwe beat onder zet. Hetzelfde geldt voor het werk van Peter van der Velde. Daar moet je heel zuinig en respectvol mee omgaan.’

Tekst Rodermarktlied

Elke plaots het zo zien daogen met een feest of festein. Maar van al die plaotsen is toch Roden zeker nummer ein. Wat hier zoal kan gebeuren ja dat weit toch iedereen. Daarom zing’n wai’j met elkander vlot en vrolijk dit refrein.

Het grootste feest is Ronermaark er is gien ein die denkt an’t wark. De lol voert dan de boventoon op Ronermaark bij ons in Roon.

’t Beursbestuur en volksvermaoken, zaokenkring en nog een paor, zörgen veur dat groots gebeuren veur de mooiste week van’t jaor. De parade is fantastisch de beurs ’t kieken dubbel weerd. Maor het middelpunt van alles dat is toch de dag van ’t peerd.

Het grootste feest is Ronermaark er is gien ein die denkt an’t wark. De lol voert dan de boventoon op Ronermaark bij ons in Roon.

Roden centrum van het noorden waor van alles is te koop. Waor een ieder graog mag hen gaon, waor ‘t verkeer zit in de knoop. In die plaots daor is men vrolijk stait men altied veur joe klaor. Maor alleen in dizze daogen gaait ’t wel eens een beetje raor.

Het grootste feest is Ronermaark er is gien ein die denkt an’t wark. De lol voert dan de boventoon op Ronermaark bij ons in Roon.

Ja heel Roon stait dan op stelten hou kan ’t aans ook met zo’n feest. Want een ieder die hier hen komt pruift meteen die Roder geest.

Roonermaark brengt hier de mensen steeds gezellig bei mekaar En als alles weer veurbei is zegg’n wij tot volgen jaor.

Het grootste feest is Ronermaark er is gien ein die denkt an’t wark. De lol voert dan de boventoon op Ronermaark bij ons in Roon.