‘We zijn dankbaar voor de mooie jaren en de steun die we gekregen hebben’

Shao Feng Sze en Ming Sze dragen Merry Gold over aan kinderen

RODEN – Menig vaste gast zal het zijn opgevallen. Shao Feng Sze en Ming Sze doen een stapje terug. De boegbeelden van Merry Gold zijn niet langer dagelijks in het restaurant te vinden. Na 39 jaar hard werken is het tijd voor andere dingen, vindt het ondernemersechtpaar dat de Chinees in Roden tot een begrip maakte. De Kantonese keuken trekt nog steeds talloze lekkerbekken uit de wijde omgeving naar Roden. Nu is het de beurt aan de kinderen van Shao Feng en Ming om de zaak voort te zetten. Het zal u niet verbazen dat oog voor kwaliteit, gastvrijheid en snoeihard werken ze met de paplepel is ingegoten.

Het woord ‘vakantie’ kwam niet voor in het woordenboek van Shao Feng Sze en Ming Sze. De zaak gaat voor het eigen plezier bij de familie Sze. Eén keer ging Shao Feng alleen met haar drie kinderen vijf dagen naar Spanje. Vijf, géén zeven, want dat zou betekenen dat ze in het weekend niet in de zaak is en dat is ondenkbaar. Terug naar het begin. Ming komt uit Hongkong, uit een gezin met vijf kinderen. Zeventien was hij, toen hij op avontuur ging naar Europa. ‘Ik kom uit een grote familie, zo snel mogelijk zelfstandig worden was het doel. Een vriend van mijn ouders had een horecazaak in Amsterdam, daar ben ik in 1973 naar toegegaan. Als Chinees beland je snel in de horeca, je kunt niet zomaar ergens anders werken. Ik volgde privélessen Nederlands.’ Tijdens het interview valt meerdere keren het woord ‘kans.’ Ming kreeg de kans om naar Nederland te gaan, later kreeg hij de kans om in een Chinees restaurant in Groningen te werken. Weer later kreeg hij samen met zijn Shao Feng de kans om een restaurant in Roden te kopen. Allemaal kansen die worden benut, met beide handen worden aangegrepen. ‘Ik kreeg een baan in een Chinees restaurant in de Ebbingestraat, in de keuken en in de bediening. Daar heb ik ontzettend veel geleerd.’

Shao Feng is geboren in China. Haar opa was de eerste generatie die naar het buitenland ging. ‘Mijn ouders woonden hier al, ze runden een restaurant in de Gelkingestraat. Ik kwam later naar Nederland, samen met mijn oma. Als kinderen groeiden we op in het restaurant. Tot mijn twintigste hielp ik mijn ouders in de zaak. Alles deed ik: keuken, bediening, de boekhouding; toen ik hier kwam wist ik alles.’ Ming had ondertussen zijn eigen toko in Groningen, de toko waar Shao Feng vaste klant was. Van het een kwam het ander. Shao Feng: ‘we wilden graag iets voor ons zelf beginnen. Ik wilde beslist niet in een toko staan. Daar heb je alleen met in- en verkoop te maken. Ik wilde meer, gastvrouw zijn in een mooi restaurant. We gingen op zoek naar een restaurant dat te koop stond. Zo kwamen we in 1982 in Roden terecht.’

Het was het voormalige café van Harm de Vries, later een restaurant, waar ze hun oog op hadden laten vallen. ‘Het stond te koop, de zaak liep niet’, vertelt Ming. ‘We zagen direct mogelijkheden. Roden is een mooi dorp en de locatie was goed, midden in het centrum. In 1982 hebben we het gekocht.’ Vast stond dat Ming de Kantonese keuken wilde introduceren in Roden. Het is de keuken waar hij mee opgroeide. ‘Kantonees eten is zacht en mild en bestaat uit veel eendgerechten. Er wordt weinig gebruikgemaakt van vetsin, een (goedgekeurde) smaakversterker. Veel Nederlanders hebben er een allergie voor. In de traditionele Chinese keuken wordt die smaakversterker wel veel gebruikt. Wij gebruiken het nauwelijks. Daarmee zijn we één van de weinigen, zeker in deze omgeving. Ik geloof dat daar ook onze kracht zit. Ik heb altijd gedacht: als we Kantonees eten verkopen moet het goed komen. Tot nu toe onderscheiden we ons daar nog steeds mee. Al kunnen we natuurlijk niet zonder babi pangang en foe yong hai. Dat hebben we economisch gezien gewoon nodig’, lacht Ming. Veel vaste gasten lieten de menukaart links liggen, weet Shao Feng. ‘Maak jij maar iets voor ons klaar’, zeiden ze dan tegen Ming. Gegrilde eend, een gestoomd visje of gewokte verse groente met oestersaus. Dat kan hij heerlijk klaarmaken. En voor alles geldt: kwaliteit staat altijd voorop.’ Dan lachend: ‘we hebben hier hele generaties gezien. Mensen die hier als kind kwamen en nu ook weer hun kinderen meenemen. We zijn met open armen ontvangen in Roden, vanaf het allereerste moment. Rodenaren zijn leuke, gemoedelijke mensen. Sommige gasten zijn inmiddels vrienden geworden. We hebben 39 jaar met heel veel plezier gewerkt. Ming is 66, ik ben bijna 60, we willen nu graag wat meer tijd voor onszelf. En voor de kleinkinderen. Ming kan niet wachten om zijn broers en zussen in Hongkong weer te zien. We zijn dankbaar voor de mooie jaren en de steun die we gekregen hebben.’

Het restaurant wordt nu gerund door dochter Jenny, zoon Kim-John en zijn vrouw Megan. Net als haar moeder groeide Jenny op in de zaak en weet ze inmiddels alles. Anders dan haar ouders kiest ze ervoor om het samen met haar broer te doen. ‘Wij zijn opgevoed door de oppas, onze ouders waren altijd in de zaak. Wij willen onze kinderen graag zoveel mogelijk zelf opvoeden. Doordat we het samen doen kunnen we elkaar afwisselen.’ De zaak heeft inmiddels en behoorlijke verbouwing ondergaan. Rood heeft plaatsgemaakt voor chique nachtblauw met goudkleurige accenten. Iets waar Ming wel even aan heeft moeten wennen. ‘Rood is de volkskleur in China. Rood staat voor geluk en gezelligheid. En wat doen de kinderen? Die halen alles eruit. Alle rood is weg. Maar ja, je moet ook loslaten hè? En achteraf ben ik er blij mee. Het is prachtig geworden, goed voor het dorp.’ De boel helemaal loslaten doen ze overigens niet. ‘Waar het druk is, springen we bij.’