“Weet je wat ik ooit nog wil? Met mijn schildersezel in de vrije natuur er op uit trekken”

Tineke Vonk kijkt sinds zij schildert met andere ogen

Heel even moet Tineke Vonk (59) nadenken als ze wordt benaderd voor een ‘stukje’ in deze rubriek. Want, zegt ze: “Ik ben maar een simpele amateur. Ik schilder omdat ik het leuk vind.” Maar al heel snel vindt ze het idee ook spannend. “Dus kom maar.” Een paar dagen later vertelt ze in haar huiskamer aan de Weldam in Roden – ‘leuke buurt, fijn om te wonen’- waar de in Twenthe geboren en in de Noordoostpolder opgegroeide amateurschilder samen met haar echtgenoot resideert, honderd uit over haar hobby die grenst aan het passionele.

“Want nu ik eenmaal met schilderen ben begonnen, wil ik me steeds verder bekwamen. Tekenen en dan vooral kleuren maar ook muziek waren in mijn jeugdjaren al mijn favoriete bezigheden. Ik kom uit een creatief gezin. Mijn vader was erg muzikaal, vooral op de panfluit. Die maakte hij zelf en hij had er veel succes mee. Met de muziek is het bij mij niet veel geworden. We hadden thuis een orgel en ik heb pianospelen geleerd, maar daar doe ik eigenlijk niets meer aan. Wél zing ik nog graag, nu in het koor van de cantorij van de protestantse kerk Op de Helte in Roden – ik ben sopraan en mijn man is bas – maar ik heb ook op het Händel Koor van Bouwe Dijkstra gezeten. Ja, ik houd van muziek. Klassiek zoals Bach maar Adèle vind ik ook mooi. En o ja, mijn zes jaar jongere broer speelt heel goed orgel en mijn moeder was heel creatief in het maken van kleding – ik liep er als kind altijd mooi bij. Ook mijn drie kinderen zijn creatief. Beroepsmatig was ik lange tijd in de verpleging werkzaam. Totdat mijn kinderen werden geboren en ik vond dat ik als moeder vooral thuis moest zijn om voor hen te zorgen. Zullen we het daarbij laten, want je komt toch voor het schilderen?”

Inderdaad. Schilderen dus, een slapende ‘liefde’ van vroeger. Daar deed Tineke aanvankelijk in haar gezin weinig mee. Ze schilderde wel eens wat, maar echt actief werd ze toen ze een jaar of zeven geleden een cursus bij docent Loes Wouda ging volgen. “Een beetje ook op advies van mijn man en kinderen die vonden dat ik best wel talent had. Bij Loes leerde ik de basisbeginselen, zoals hoe je een schilderij opzet, ze leerde me kijken, goed kijken dan hè. Sinds ik schilder kijk ik met heel andere ogen. Intenser en dat bij alles wat ik doe.” Vonk begon met aquarelleren en ging later over op acryl. Van Loes Wouda vertrok ze naar docent Iwe Hut. “Niet omdat het me bij Loes niet beviel maar omdat ik op dinsdag op mijn kleinkind moest passen; dat was ook mijn schilderochtend bij haar.” Toen kwam Iwe Hut in beeld. “Van hem hoorde ik onder meer dat hij een specialist is in het portretschilderen en ook dat wilde ik graag leren. Ook bij hem bevalt het me prima op de lesochtend, elke woensdag in zijn atelier. We hebben een klein clubje dat hij alle aandacht geeft. Ik leer veel van hem, ‘Goed kijken’ is een van zijn uitgangspunten en dat is mijn credo geworden. Meten is weten. Ik leer elke keer van hem, olieverven is een discipline die ik ook nog onder de knie wil krijgen. Wat ik tevens erg belangrijk vind is de fijne sfeer die in ons schildergroepje heerst. Momenteel exposeert ons clubje in De Hoprank in Peize; eerder al deed ik mee aan de Kunstmomenten route in Noordenveld. Het is leuk en voldoening gevend als je anderen je werk kunt tonen.”

In de nok van haar huis heeft Tineke Vonk haar eigen atelier waar ze vaak is te vinden. “De tijd vliegt dan voorbij, zo geconcentreerd ben ik bezig,”vertelt ze. Haar laatste werk is een zonsondergang op het wad, dat ze met haar eigen interpretatie vanaf een foto schilderde. Beneden laat ze op haar computer afbeeldingen zien van een mooi – ‘en goed gelijkend’, voegt ze er aan toe – portret dat ze van haar overleden vader schilderde en een speciale op de muziek geënte compositie die ze ter gelegenheid van het 25-jarig huwelijksfeest van haar broer maakte. Haar laatste portret maakte ze van haar vierjarige kleinzoon, samen met zijn ‘geliefde’ vissen. Ze gaat steeds groter schilderen, vertelt ze lachend. En ook minder gedetailleerd. “Ik wordt steeds vrijer. Weet je wat een grote wens van mij is? Dat we ooit als groepje – en ik vervolgens zelf ook solo – met de schildersezel er in de vrije natuur op uittrekken.”