‘Wie had dit ooit kunnen bevroeden?’

Alie Folkerts 2013

Alie Folkerts en het succes van het Scheepstra Kabinet

RODEN – Alie Folkerts had een droom. Een droom niet nog uitkwam ook. In 2012 werd Trefpunt Scheepstra geopend, in de voormalige Scheepstra School. Belangrijk onderdeel van dat Trefpunt is het Scheepstra Kabinet, een museum over Ot en Sien en dus over Hindericus Scheepstra. Steeds meer mensen bezoeken, al dan niet in groepsverband, het Scheepstra Kabinet, dat regionaal ook steeds meer aanzien geniet. Dat vergt een andere manier van leiding geven. Een andere aanpak. Daarom wordt op dit moment de laatste hand gelegd aan een meerjarenplan, is het bestuur uitgebreid, verfrist en verjong en wikt en weegt datzelfde bestuur over de lustrumexpositie, die volgend jaar gehouden wordt. Kortom: het Scheepstra Kabinet zit in de lift. En de bovenste etage is nog lang niet in zicht.

Eerst maar eens over het (bijna) afgelopen jaar. Een jaar vol hoogtepunten. ‘ De stijgende lijn qua bezoekersaantallen blijft stijgen’, zegt Folkerts. ‘We scoren steeds beter met groepen. Misschien heeft dat iets te maken met het feit dat ik tegenwoordig ook lezingen in de regio geef, wie weet. Ook het Ot en Sien arrangement is een schot in de roos gebleken. We staan er financieel goed voor en hebben een aantal hoogtepunten beleefd. De Rabo Museumdag bijvoorbeeld, de Open Monumentendag en zeker ook de Tocht om de Noord. Hadden we zomaar tweehonderd mensen binnen. Accordeon er bij en kniepertjes, wát een gezelligheid. Dit jaar zijn wij er in geslaagd een actief programma met de Vasalis-letters te ontwikkelen en viel ook ‘Met de juf op pad’ bijzonder goed in de smaak. De expositie over het leesplankje was ook al succesvol. En zo kan ik nog wel even doorgaan’, zegt Folkerts.
Het succes roept meteen een vraag op. Of het Scheepstra Kabinet eigenlijk niet te klein is. ‘Dat is het ook, met de informatie die we nu hebben althans. Weet je, het is een historische fout geweest dat Speelgoedmuseum Kinderwereld niet ook in dit pand is getrokken. We hadden samen vergevorderde plannen. We hebben ontelbare gesprekken gevoerd en het leek te lukken. Tot Kinderwereld besloot zelf te bouwen. De Kaleidoscoop. Toen was het over natuurlijk. Maar ik vrees dat Kinderwereld het zo niet gaat redden. Vandaar dat ik zeg dat dit een historische fout is geweest.’
Folkerts is trots. Op 2014, het jaar van ‘Ot en Sien 110’. Op de plaatsnaambordjes. Op de spullen die nog steeds gebracht worden. Op de website en op haar bestuur. ‘Wie had dit ooit kunnen bevroeden? Ik was natuurlijk heel enthousiast, het was echter maar de vraag of er wel mensen zouden komen. Nou, dat is gebleken. En nee, dit is niet mijn succes. We hebben een geweldig bestuur en heel veel vrijwilligers, een gemêleerd gezelschap. We hebben van alles wat. Hebben alle kennis in huis. Zelf ben ik meer de vrouw van de ideeën. Ik ben geen manager. Hou op. Dat kunstje beheers ik niet.’

Ondanks het feit dat het dus crescendo gaat met het Scheepstra Kabinet, is van stilzitten geen sprake. Ook 2016 zal weer een bijzonder jaar worden. ‘Met dus de eerste lustrumexpositie. Op dit moment dubben we tussen twee exposities. Maar dat het bijzonder wordt, dat is zeker. Verder hopen we in 2016 de laatste toezegging voor de subsidie voor het maken van een documentaire over Hindericus Scheepstra te krijgen. Wobbe Gorter, Douwe Buiter en Jan A. Niemeijer staan te trappelen van ongeduld. Ik heb echter steeds gezegd: niet beginnen voor het geld binnen is. En als het meezit hebben we dat geld volgend jaar binnen.’
Wat Folkerts zelf het meest raakt, zijn de reacties van de mensen op een bezoek aan het kabinet. ‘Iedereen vindt het geweldig. En we krijgen heel diverse groepen over de vloer. Soms ontroert het me. Dan schiet ik bijna vol. Ja, het is vooral trots. Een gevoel van trots. Wat wij samen neerzetten, dat is echt bijzonder.’
Nog steeds wordt Folkerts regelmatig gebeld. Dan heeft er weer iemand spullen gevonden. ‘ Ik ben daar ondertussen kritischer op geworden, al kan er natuurlijk altijd iets bijzonders tussen zitten. Boekjes neem ik aan, want de boekjes in het kabinet slijten. Als ik ergens een lezing geef, dan zeg ik altijd tegen de mensen dat als ze een ‘Wim met petje’ hebben, ze een duur exemplaar hebben. Ja, dat is een tamelijk exclusief, klein leesplankje. Wij hebben er één staan, uit het Onderwijsmuseum.’
Folkerts weet alles van Ot. Van Sien en van Hindericus. ‘ Bovendien leer je ook weer van de verhalen van bezoekers. Je bent nooit uitgeleerd. En ja, ik ben nog net zo enthousiast als voorheen. Dat verandert ook niet. Dick, mijn man, vraagt me wel eens wanneer ik het bed in het kabinet ga zetten, dus soms moet ik wel even pas op de plaats maken. Daarom ook ben ik zo gelukkig met het bestuur en de vrijwilligers. Die kunnen dingen die ik niet beheers. Neem de website. Daar staan filmpjes en interviews op. We zitten op Facebook en Twitter. Zaken waar ik weinig van weet, maar wel heel belangrijk. Net zoals we de collectie gaan beschrijven. We hebben ondertussen zoveel, en ik weet wel waar alles staat, maar toch. Je moet door. Ontwikkelen. Het is een bedrijf. We worden steeds professioneler, zonder dat we de specifieke charme van ons kabinet willen veranderen.’