‘Wielrennen en voetballen zijn gevaarlijker’

Arnold van der Veen

Autocrosser Arnold van der Veen (28) uit Roden

RODEN – Het leven van Arnold van der Veen uit Roden bestaat bijna volledig uit auto’s. Ga maar na: hij werkt als automonteur bij Henk van Bergen in Roden en is daarnaast fanatiek autocrosser. Niet zelden ploft hij pas na 22.30 uur op de bank. Is ie weer de hele dag met auto’s bezig geweest. Autocross is zijn grote passie. En met succes, want Arnold maakt furore in de vrije standaard klasse.

Arnold begon op 18-jarige leeftijd in de standaardklasse en sinds twee jaar komt hij uit in de vrije standaard klasse. ‘De auto’s mogen maximaal vijf cilinders hebben en de wielophanging moet van een originele auto zijn. Voor de rest is het ‘leef je uit’. Je mag alles zelf bedenken, wat je maar wilt. Zie je een keer iets bij een andere auto, dan probeer je dat. Probleem bij onze tak van sport is wel dat we niet kunnen trainen. Veranderingen aan de auto kun je dus pas beoordelen tijdens de wedstrijden zelf. Dat is soms best een risico’, zegt Arnold, die zichzelf typeert als een echte kleirijder.

Twee jaar geleden kocht hij een frame, zeg maar de basis van een auto. ‘Ik ben vervolgens op mijn manier aan de slag gegaan. Ik had eigenlijk geen enkel doel. Toch is wonderwel goed gegaan. Vanaf de eerste cross heb ik top 5 gereden. Sterker nog: de eerste cross in de vrije standaard klasse sloot ik bijna winnend af. In de laatste bocht sloeg ik over de kop. Had met de vering te maken.’ Van der Veen zegt het alsof het niets is. Over de kop gaan. ‘De veiligheidseisen zijn enorm hoog. Ik durf te zeggen dat voetballen en wielrennen gevaarlijker zijn’, lacht hij.

Een fikse portie durf en lef zijn wel nodig in deze tak van sport. ‘De snelste baan is die van Kollum. Laten we zeggen dat we daar topsnelheden van 120 kilometer per uur halen. Als je dan met twintig auto’s, zeg maar blik aan blik, de eerste bocht in moet, dan moet je wel durven inderdaad. En behalve een goed uitgeruste auto moet je wel over stuurmanskunsten bezitten. Dat is wel zo. In deze sport doe je heel veel op gevoel. Net even wat later remmen bijvoorbeeld. Door de stofwolken zie je soms zelf niet eens hoe de situatie is. Handel je puur op intuïtie.’

Arnold rijdt gemiddeld genomen vijftien wedstrijden per jaar en is tenminste drie avonden per week met zijn auto aan het sleutelen. Telkens weer op zoek naar verbetering. ‘Het is inderdaad ook een kostbare sport, al kun je natuurlijk zo gek doen als je zelf wilt. Ik moet er hard voor werken. Maar als ik dan weer iets aanschaf, ben ik ook wel weer trots. Het is allemaal wel van mezelf. Neem een vrachtwagentje. Vroeger piekerde ik er niet over er een te kopen. Later wilde ik het wel. Moest ik dus eerste sparen om mijn vrachtwagenrijbewijs te halen en toen dat eenmaal gelukt was moest ik weer sparen voor een vrachtwagen. Maar hij is er nu wel. Daar ben ik best trots op.’

In Geralt Keizer, zijn oud buurjongen, heeft Van der Veen een trouwe fan en in met name De Berk, Henk Zeller en Terpstra uit Hallum prima sponsors. ‘Ik ben niet iemand die de boer op gaat om nieuwe sponsors te vinden. Ik wil immers zelfs aan deze sport doen! Maar goed, ik zou best wat sponsors kunnen gebruiken. Van de sponsors kan ik bijvoorbeeld net dat extra setje banden kopen. Over banden gesproken, vaak besluiten we pas pal voor de race welke banden we gaan gebruiken. Zitten we met buienradar op de telefoon af te wegen wat we gaan doen. Of we kijken gewoon naar de lucht en beslissen dan. Ook dat is de charme van de sport. Ik wil dat mijn auto’s technisch goed in orde zijn. Dat als je een keer uitvalt, je jezelf in elk geval niets kunt verwijten.’

Autocross kun je wel tot aan je zestigste levensjaar doen. ‘Het ligt ook maar aan je thuissituatie. Veel crossers stoppen als er sprake is van huisje, boompje, beestje. Ik heb een vriendin die het ook leuk vindt. Gelukkig maar, want anders was het amper te doen. Ik ben dus zeker van plan om nog wel even door te gaan.’ (FOTO: Joris Kammenga/CrozzMedia)