‘Wij beleven het duivenmelken als topsport’

De ambities reiken hoog bij de familie Kuiper

NIEUW-RODEN – De wereld van de duivensport is een aparte. Een wereld die – zeker in Nederland – hard vergrijst, maar waar ook nog steeds veel geld in gepompt wordt. Martin en Patrick Kuiper lopen al sinds jaar en dag mee in dat gekke wereldje. De succesvolle duivenmelkers zijn sinds dit seizoen weer volop in bedrijf en de ambitie reikt dan ook hoog. ‘Het oude niveau halen zou al mooi zijn’, zegt Patrick. ‘Maar als je heel eerlijk bent, wil je gewoon alles kapot vliegen.’

Aan de Esweg in Nieuw-Roden woont vader Martin. De geboren Nei-Roner was van kinds af aan al met dieren bezig. ‘Vanaf 1970 begon ik me pas echt serieus met duiven bezig te houden’, zegt hij. Het duurde even voordat hij ‘feeling’ had met de duivensport. ‘Dat kost even tijd, maar op den duur krijg je steeds meer inzicht in wat een goede duif nodig heeft.’

Zoon Patrick was meteen om. Veel overtuiging was niet nodig om hem de duivensport aan te smeren. ‘Ik raakte eigenlijk direct besmet met het duivenvirus. Dat is iets wat je moet liggen en is niet echt te leren. Ik had er al vrij snel handigheid in.’ Patrick kreeg als kind zijn eigen zolderhokje en merkte dat hij steeds meer liefde voor de hobby kreeg. ‘Het trok me enorm. Ik had ook vriendjes die met duiven werden opgegroeid. Zoiets gaat van vader op zoon, al zie je dat het steeds minder wordt. Vroeger waren het hier in de omgeving allemaal duivenmelkers. Tegenwoordig is dat gehalveerd.’

Patrick, zelf momenteel woonachtig in Hoogkerk, merkte dat hij fanatieker was dan de gemiddelde duivenmelker. ‘Dat heeft hij van mij’, zegt Martin stellig. Als voetbalscheidsrechter floot hij op hoog niveau. ‘Daarin was ik ook heel fanatiek. Dat zit gewoon in mijn aard. En Patrick heeft dat overgenomen.’

Het fanatisme bracht de twee tot grote hoogten. Tussen 2007 en 2012 kon Patrick zelfs zijn brood verdienen met de duivensport. ‘Ik was duivenmakelaar’, vertelt hij. ‘Dat ben ik nu trouwens weer. Het houdt in dat ik telkens op pad ben om goede duiven te vinden. Iets wat men in de paardenwereld ook wel doet. Binnenkort ga ik bijvoorbeeld naar China, waar veel in duiven wordt gehandeld. En ik maak een rondje Tsjechië. Dat hoort erbij.’

In 2012 hadden de twee de nummer één en nummer drie duif van Nederland. Een bijzondere prestatie die niet onopgemerkt bleef. Handelaren uit China en Taiwan klopten aan in Nieuw-Roden en boden goud geld voor de duiven. ‘We verkochten die duiven. De kinderen ervan behielden wij, zodat we de sterke bloedlijn nog zelf in handen hadden’, zegt Patrick. Vanuit die bloedlijn fokten ze duiven die zich het afgelopen seizoen (wat loopt van april tot en met september) wederom hebben bewezen. ‘Het was een prima seizoen’, vindt Martin. ‘We hebben gezamenlijk achttien keer de eerste prijs op de wedluchten gewonnen dit jaar. Diverse duiven bij de duifkampioenen in de vereniging, CC, rayon, afdeling en zelfs op Nationaal niveau. Tevens hebben wij het tweede best hok van Nederland onaangewezen met de jonge duiven. Niet slecht.’

De successen van de twee duivenmelkers zit hem in het fanatisme, denken ze. ‘We hebben allebei een eigen visie op de sport’, zegt Patrick. ‘En die visie is anders dan vele duivenmelkers. We hebben een bepaalde beleving bij de sport, waarbij resultaat voorop staat. Waar veel hobbyisten het voor de lol doen, willen wij toch zeker wat winnen. En winnen is dan minstens top 10. Dat vraagt nogal wat tijd en inspanning. En ja, soms komt het gezin dan op de tweede plek.’

Het is een fanatisme wat haast tegen het obsessieve aanschurkt, maar het is wel het fanatisme waardoor Patrick zijn brood kan verdienen met de duivensport. ‘Patrick is er op een andere manier mee bezig dan ik’, zegt Martin. ‘Of ik het jammer vind dat ik mijn geld niet verdien met duiven? Nee hoor. In die wereld moet je keihard zijn en dat ben ik niet. Patrick kan dat wel.’

Het afgelopen seizoen verliep prima voor Martin en Patrick, maar de twee willen verder. Terug naar het oude niveau. Buiten, bij de hokken in de tuin van Martin, pakt hij één van de duiven vast. ‘Let op mijn woorden: hier gaan wij nog veel plezier aan beleven.’ Het is een gevoel, fingerspitzengefühl zouden de Duitsers het noemen, maar dat gevoel heeft de twee melkers zelden in de steek gelaten. Ze weten dat hun duiven uit een sterke bloedlijn komen en denken dat volgend seizoen nog wel eens heel mooi kan worden. Om hen optimaal te laten presteren, moeten de duiven trainen. Zo rijdt Patrick wekelijks naar Apeldoorn om ze een extra trainingsronde te geven. ‘We kunnen ze ook in de buurt laten vliegen, maar ik denk dat het beter is als ze vanuit Apeldoorn gaan. Het is een soort ijkpunt. Misschien is het bijgeloof, maar ik rijd er wekelijks een keertje heen.’

Ook tijdens de winterstop zitten de twee niet stil. ‘Dat kan ook niet’, zegt Martin. ‘Als we nu af en toe wat voer in het hok gooien en voor de rest niet naar de duiven om kijken, dan wordt dat volgend seizoen niks. Je wint de prijzen in de stille maanden.’

Dat de duivensport hard vergrijst, moge duidelijk zijn. ‘Bij de club waar ik lid ben, ben ik met 42 jaar jeugdlid. Dat zegt wel wat’, aldus Patrick. ‘Maar ik denk dat het voor de jeugd nog steeds een leuke hobby kan zijn. Zeker weten. Wat ik er zelf zo leuk aan vind? De spanning. Die is onvoorstelbaar. Als ik weet dat mijn duiven bijna terug zijn, vreet ik me bijna vol met duivenvoer en steek ik de ene sigaret met de andere aan. Het is ongelooflijk spannend.’

Afgunst

Het is ons-kent-ons in de regionale duivenwereld. Maar dat wil niet zeggen dat eenieder het geweldig met elkaar kan vinden. Dat is iets wat Patrick en Martin ook inzagen. ‘Onderling merk je wel afgunst’, zegt Martin. ‘Misschien heeft dat met het prijzengeld te maken, ik weet het eigenlijk niet zo goed. Maar ik vind het vreemd.’ Patrick kan zich daar in vinden. ‘Als iemand een mooie prijs wint met zijn duiven, dan feliciteer ik diegene. Mooi toch? Maar toen mijn duif nummer één van Nederland werd, hoorde ik niemand erover. Nou ja, ’t is niet anders.’