‘Wij zijn er niet klaar mee, maar wel klaar voor’

Museumdirecteur Geert Pruiksma hoopt dat Museum Nienoord snel weer open kan

LEEK – Museum Nienoord sluit zich aan bij het pleidooi van musea in het hele land, om snel weer open te gaan. De grote stadsmusea missen de internationale toeristen en in de kleinere vaak perifeer gelegen musea is er ruimte genoeg voor meerdere bezoekers tegelijk. Zo bestaat Museum Nienoord uit 5 gebouwen op een landgoed, gemiddeld lopen daar 20 bezoekers gelijktijdig rond. Voor heropening na de eerste lockdown heeft ieder museum afzonderlijk zijn aanpassingen voorgelegd aan de veiligheidsregio, al deze plannen werden goedgekeurd. ‘In de praktijk bleek dat bezoekers zich graag en snel aanpasten aan de nieuwe omgangsregels. Wij zijn er nier klaar mee. Maar de cultuurwereld is er wel klaar voor’, zegt museumdirecteur Geert Pruiksma die door zijn verhaal te doen een statement wil maken.

‘Vele tienduizenden vrijwilligers zijn actief in musea. Bij beheer en behoud van erfgoed. Organisatie van tentoonstellingen maar ook kameropera’s, tuinfairs, kerstmarkten. Ontvangst van scholen, familiedagen, bedrijfsbezoeken, statushouders, vakgroepen, verzorgingshuizen, noem maar op. Dat in samenwerking met overheden, professionals, fondsen. Dit houdt vele tienduizenden alert en actief. Sommige van die vrijwilligers zitten al maanden thuis. Het museum was, is hun eigen werk. Ongeacht onze persoonlijke opvattingen, respecteren en handhaven wij van Museum Nienoord uit principe de regels van onze overheden. Mede uit respect voor onze samenwerkingspartners, van burgemeester tot BOA. Museum Nienoord laat niet tegen de regels in bezoekers naar binnen, maar brengt onze collectiestukken naar buiten. Ons geluk is dat dit met koetsen kan. Die houden ons in communicatie met onze doelgroepen, ondanks de dichte deur achter ons.’

Postkoets

De postkoets op de foto is eigendom van Stichting De Koetsewagen, die klassiek gerij op de weg brengt. vrijwilliger Harrie Wiekema rijdt rond met het fraaie exemplaar. ‘Museale stukken die bescherming behoeven, worden ondergebracht in Stichting Paard en Karos. In de kuip van deze is ruimte voor vier personen. Je zit er besloten, maar bent wel overgeleverd aan de paar kuipgenoten. ‘Bovenop is ruimte voor wel tien man. Dat is gezelliger en je ziet onderweg veel meer. Bovenop vang je wel meer wind en je krijgt maar zo een bui op je kop. Zo leg ik als museumdirecteur heel jonge kinderen uit, waarom hun grootouders tijdens een lockdown voor de kuip zouden kiezen. Ongezellig, afgesloten, maar soms wel veiliger. En anderen lekker bovenop blijven klimmen. U begrijpt: bij deze actie gaat om meer dan platte exploitatie. Museumbezoek geeft een relatief laag risico op virale besmetting maar: draagt op onmisbare wijze bij aan het mentale welzijn. Ter vergelijking: wetenschappelijk onderzoek wees jaren geleden al uit, dat in de top van publieke plekken om een partner te ontmoeten de musea bovenaan staan. Geplande maar ook onverwachte ‘dates’ in musea leiden tot de meest bestendige relaties. Op allerlei niveaus en heel verschillende vormen.

Musea vertellen verhalen bij bijzondere objecten. Brengen stukken tot leven, van soms ver hier vandaan of van lang geleden, uit heel andere werelden. Verrijken zo het open kijken. Het associatieve vermogen. De liefde voor stukken waar gebruikers herinneringen bij delen en makers hun ziel en zaligheid in legden. En uiteindelijk: voor de mensen achter deze verhalen. Met deze koets zou ikzelf als museumdirecteur heel jonge kinderen uitleggen wat een lockdown is. Zodat zij er klaar voor zijn, als zich een volgende uitdaging aandient. Andere bezoekers vertellen wij andere verhalen op maat. Daarom zijn musea zo belangrijk. Ook wij zijn er niet klaar mee, maar wel klaar voor. Wat mij betreft is het museum synoniem voor: begrip.’