‘Willem liet zich niet tegenhouden door zijn beperkingen’

Bekende Roner voorgoed verdwenen uit straatbeeld

RODEN – Op Tweede Kerstdag verloor Roden een markante inwoner. Willem van Wierst – bekend als de man met de rode jas, de blindengeleidehond en stok – overleed op 62-jarige leeftijd. Daarmee verliest het dorp een betrokken inwoner en een bekend gezicht. Een man die sprak over een leven voor en na zijn blindheid en een man die altijd een luisterend oor bood. Of dat nu op een bankje in het Mensingebos, een terrasje in het centrum of in de sportschool was: Willem kwam telkens met een gewichtig advies.

Nee, over de dood dacht Willem nog helemaal niet na. Dat zegt althans Melanie Becht. De afgelopen zes jaar was zij het vaste sportmaatje van Willem. ‘Op de dinsdag gingen we samen naar het fitnesscentrum in Roden. Wij zochten allebei een maatje en vonden elkaar zo. Er was gelijk een klik.’ Er ontstond een vriendschap die verder ging dan dat uurtje sporten. Regelmatig bracht Melanie een bezoekje aan de Bernhardpassage, waar Willem en zijn hond Luna met veel plezier woonden. ‘Dan bracht ik hem stamppot of snert, en spraken we over van alles en nog wat. De laatste keer dat ik hem zag, op een dinsdag, spraken we over zijn moeder. Zij zou op Tweede Kerstdag haar 88ste verjaardag vieren. Het gesprek ging opeens over de dood. Willem gaf aan nog lang niet van plan te zijn om te gaan. “Maar”, zei hij. “Als het opeens mijn tijd zal zijn, zou dat ook prima zijn.” Hij heeft alles uit het leven gehaald.’

 In Willem vond Melanie een klankbord. ‘Je kon met hem over alles praten, zonder dat hij een oplossing wilde opdringen. Hij dacht actief met je mee en kon heel goed luisteren.’ Maar de Roner had zelf ook zeker genoeg te vertellen. Want, zo zei hij zelf altijd, Willem was met hart en ziel militair. In 1981 ging hij naar Libanon. In ’83 zou hij als pelotonscommandant voor een tweede keer naar het oorlogsgebied gaan. Hij maakte een bombardement mee en zag hoe een collega door ‘friendly fire’ werd gedood. Willem liep er ‘een milde vorm van PTSS’ op. In 1987 bedankte hij voor een derde tour naar Libanon en ging hij uit dienst, waarna hij onder meer in jeugdgevangenissen werkte.

In 2001 liep hij een meningokokkenontsteking op. Het maakte hem blind en later ook slechthorend. ‘Echt ziek was Willem niet’, zegt Melanie. ‘Maar hij had bijvoorbeeld wel COPD. Bovendien had hij hersenletsel opgelopen, waardoor hij dingen moeilijk onthield. Zijn kortetermijngeheugen was niet wat het moest zijn.’ Dat Willem kampte met COPD zag hij zelf overigens niet als vrijbrief om geen mondkapje te dragen in openbare gelegenheden. ‘Nee, daar was hij heel strikt in. “Als dat gezegd wordt, doe ik het”, zei hij dan. Dat is de militair in hem.’

Nadat Willem blind werd, begon er een tweede leven. Een leven waarin parachutespringen (een geliefde bezigheid van hem) er niet meer in zat. ‘Maar Willem keek juist naar wat er wél kon. Hij had altijd plannen en ideeën. Zo is hij later nog gaan handboogschieten en heeft zij zelfs gepoogd daarmee de Paralympics te halen.’ Dat dit te hoog gegrepen was, deerde Willem niet. ‘Hij mikte altijd op het hoogst haalbare, maar was ook realistisch. Als hij zesde werd, vond hij het bij wijze van spreken ook prima. Hij ging er in ieder geval voor.’ Ook tripjes naar de bioscoop liet hij zich niet afpakken. ‘Willem heeft bijna iedere oorlogsfilm die er tot vandaag uitgekomen zijn wel gezien. Toen hij blind was, ging hij nog steeds met zijn broer Chris naar Pathé. Dan luisterde hij naar de film en vertelde zijn broer soms wat er te zien was. Op die films gaf hij vervolgens zijn persoonlijke kritiek.’

Willem zette zich verder in voor GroenLinks Noordenveld. ‘Willem was iemand die over veel dingen nadacht en zijn mening niet onder stoelen of banken stak. Dus het was niet zo gek dat hij iets voor een politieke partij ging doen. Ook daar ging hij vol voor’, zegt Melanie. ‘Net als zijn bezoekjes aan middelbare scholen, waarop hij vertelde over zijn diensttijd en zijn visuele handicap. Dat waren echt uitstapjes voor hem.’

Willem mocht verder graag met Luna naar het Mensingebos, alwaar hij geruime tijd op een bankje kon zitten praten met onbekenden. ‘Hij knoopte met iedereen een praatje aan. Dat vond hij fijn om te doen en anderen vonden in hem geregeld een goede gesprekspartner.’ Voor Willem was het dan ook moeilijk te verkroppen dat zijn cirkel – die toch al niet bijster groot was – nog kleiner werd dankzij het coronavirus. Tot overmaat van ramp moest hij Luna al sinds eind oktober missen. ‘Hij was dol op Luna’, zegt Melanie. ‘Toen zijn eerdere blindengeleidehond overleed, heeft hij er hard voor geknokt om Luna te krijgen. Ze vormden een mooi duo. Maar Luna was niet de beste blindengeleidehond. Hartstikke lief, maar ook snel te verleiden met wat lekkers.’ Dat maakte dat de hond op den duur 38 kilo woog. ‘Toen is ze naar Martin Gaus gestuurd om af te vallen en heropgevoed te worden. Dat maakte Willems cirkel nóg kleiner. Hij kwam minder buiten, want dat valt met alleen zo’n stok niet mee.’

Wat rest zijn de herinneringen aan een vrolijk mens, die zich nooit liet tegenhouden door zijn beperkingen. Bij de gedachte van Willem in de dierentuin, waarbij Melanie de beesten diende te omschrijven, lacht ze nog altijd hartelijk. Of de keren dat haar dochter Sabine Willem en Luna op de foto zette, bijvoorbeeld tijdens Rodermarkt. ‘De reacties na zijn dood zijn overweldigend’, zegt Melanie. ‘Er zijn toch heel veel mensen die hem gekend hebben. Het bijzondere aan Willem was dat hij altijd probeerde van alles voor iemand anders te regelen.’

Bij de crematie van Willem lag zijn blauwe baret, zijn wandelstok en zijn handboog bij zijn kist. Melanie blijft, ondanks het gemis van haar sportmaatje, gewoon de ‘sportdinsdag’ in ere houden. ‘En ik ga proberen een plaatje te laten monteren op het bankje in het Mensingebos waar Willem altijd zat. Dat verdient hij wel.’

Foto’s: Sabine Becht Fotografie