Winsinghhof trapt theaterseizoen af

‘Allemaal hoogwaardige producties, pareltjes zitten ertussen’

RODEN – Zaterdag is het nieuwe theaterseizoen onder veel belangstelling feestelijk geopend in Theater de Winsinghhof in Roden. Theaterdirecteur en programmeur Jacob Frölich deed het programma uit de doeken tijdens een serie interviews door onder andere Tony Neef die speciaal voor de gelegenheid naar Roden kwam. Het is de eerste keer dat Frölich het complete programma zelf heeft opgesteld sinds zijn aantreden op 1 oktober vorig jaar. Het resultaat is een prachtig gevarieerd programma met cabaret, professioneel toneel, klassieke muziek en theatermonologen.

De coronaperiode gebruikte Jacob Frölich om het land in te trekken en impresariaten, gezelschappen en artiesten persoonlijk te bezoeken. Persoonlijk contact is belangrijk om iets voor elkaar te krijgen in de theaterwereld, weet hij. ‘Je moet mensen tegenover je hebben. Een voorstelling binnenhalen heeft alles te maken met de gunfactor, vertelt Frölich die voor het eerst in zijn carrière de volledige programmering deed voor een schouwburg. Een theaterprogramma samenstellen begint met het doorspitten van een flinke stapel brochures met theaterproducties die hij krijgt toegestuurd door de verschillende impresariaten. Het werkt ongeveer hetzelfde als bij de Wehkampgids: aankruisen wat je leuk vindt en bestellen maar. ‘En: wat is geschikt voor dit theater? Je kunt zelf wel iets helemaal te gek vinden, maar het moet ook passen bij je publiek.’ Voordat Frölich ook maar één kruis zette, deed hij eerst vooronderzoek. ‘Ik heb eerst gekeken: wat werkt er en wat werkt niet? Wat leverde de kaartverkoop van vorige seizoenen op en hoe verhoudt zich dat tot het totale aanbod? Dat is voor nu de basis geweest. Het genre muziek stak er boven uit. Dat doet het goed in Roden. Ook cabaret is een populair genre. ‘Wat ik graag wat meer wilde programmeren is klassieke muziek en professioneel toneel, het leuke daaraan is dat bezoekers zich mee laten slepen in het verhaal dat acteurs vertellen. Dat zit ook in mijn achterhoofd: hoe boor je nieuw publiek aan? Deze twee categorieën hebben we ook toegevoegd aan het programma. Zoiets moet je een aantal seizoenen proberen, dan weet je of het aanslaat.’

Goede naam

De toer langs impresariaten en artiesten is Frölich goed bevallen. ‘Het theater heeft een goede naam. Dat is onder andere te danken aan mijn voorgangers. Het is een grote wereld en wij zijn een klein theater, we moeten ons laten gelden. Dan is het fijn om te horen dat we meedoen op het toneel. Tijdens de coronaperiode heb ik tien impresariaten gebeld met de vraag of ik langs kon komen. Heb met hen één op één gesprekken gevoerd. Daar zijn fijne contacten uitgerold. Ik denk dat er nu een mooi, gevarieerd programma staat. Allemaal hoogwaardige producties. Pareltjes zitten ertussen. Volgend jaar ga ik het zeker weer zo doen.’ Eén van die pareltjes is de voorstelling Adam en Eva 2.0. Samen met zijn voorganger Natalie Straatman zag hij een preview van deze voorstelling. Frölich was verkocht. Dit moet naar Roden, vond hij. Straatman zei dat dat niet ging passen. Een veel te groot decor voor De Winsinghhof. Frölich kan er nog om lachen. Tuurlijk past dat niet. Toch liep het anders. De theaterdirecteur raakt in gesprek met het gezelschap. Complimenteerde hen met wat hij had gezien: een fantastisch stuk. De theatermakers reageerden zo enthousiast en deden Frölich een voorstel. ‘Ze wilden graag naar Roden komen. Over het decor zeiden ze: dan laten we de helft wel thuis zodat het alsnog past. Speciaal voor ons hebben ze de prijs verlaagd. Mooi toch?’ Ook leuk: Bert Visscher liet via zijn impresariaat weten dat hij nóg een keer in de Winsinghhof wilde staan. ‘Het was hem zó goed bevallen en hij had een week over. In oktober staat hij hier nog een keer met verhalen van zijn vader Kees Visscher. Ik heb hem gevraagd of hij hier misschien ook de try-out van zijn nieuwe theatershow wil doen. Wie weet.’

Springplanktheater

En als hij nog een paar pareltjes moet noemen zit Benja Bruijning daar zeker bij. ‘Een leven’ heet zijn monoloog. ‘Een stuk over het verlies van zijn vader en de geboorte van zijn kind in dezelfde periode. Een topacteur, één van de beste van Nederland. Soy Kroon komt langs met een theatermonoloog. Dit naar aanleiding van het boek van Merlijn Kamerling over het leven van zijn vader Antonie, en welke impact zijn depressie gehad heeft op de rest van het gezin. Soy Kroon is een jonge knaap die enorm aan de weg timmert. Ook daar is ruimte voor in ons theater: jong talent.’ Vincent Bijlo gaat de oudejaarsconference doen. Toen Frölich directeur werd introduceerde hij het ‘springplanktheater’. ‘Een springplank als opstapje naar meer, jong talent een zetje in de rug geven en ze een kans geven om te ontplooien. Het is de taak van een theater om ze een podium te bieden. Je staat niet meteen van de theaterschool in een groot theater. Iedere grote artiest die in Carré staat is daar niet begonnen. De Winsinghhof is een perfect springplanktheater. Je zit dicht op het publiek en het is een professioneel theater.’

Op dit moment werkt de theaterdirecteur aan een beleidsplan. ‘In dat plan staat waar we ons de komende tijd op willen richten. Voor nu heb ik alle vertrouwen in een mooi seizoen. Zeker, een spannende ook, gezien de inflatie. Al zie je dat bij ons nog niet terug in de kaartprijs, die ligt nog op het zelfde niveau als afgelopen seizoen’, besluit Frölich die zich als een vis in het water voelt in Roden. ‘Ik heb het enorm naar mijn zin en hoop hier nog heel lang te mogen zitten. Toekomstplannen? Een minifestival organiseren lijkt me nog een keer erg leuk. Twee dagen muziek, voorstellingen en toneel in en rond het theater.’