Yteke de Jong

Noordenvelders

Deel 7

Wie achter Golfclub Holthuizen rechts afslaat, komt met zijn auto niet ver. De weg loopt dood, vlak voor een brug. Het is geen straf om vlak voor die brug de auto te parkeren en vervolgens te voet verder te gaan. Het is heerlijk weer, de zon schijnt aangenaam en de geur van de lente vult de neusgaten. Aan de andere kant van de brug staat een prachtig huis. Een huis wat er al bijna 150 jaar staat. Daar woont Yteke de Jong. Wereldberoemd in Roden en nog steeds een zeer gewaardeerd huisarts. Op 18 januari van dit jaar hield ze desondanks een afscheidsreceptie. Ze besloot haar werkzaamheden te beperken tot één dag in de week. Want stoppen, dat zat er niet in.  

Het is aangenaam warm in het statige huis te Peize. Samen met haar man, Rob de Meijer, woont Yteke hier al bijna twintig jaar. ‘Het is inderdaad een prachtige plek’, beaamt ze. Het huis staat in Peize, al is dat niet vanzelfsprekend. Je bent namelijk eerder in het centrum van Roden dan in het hart van Peize. Daar ligt een aardige geschiedenis aan ten grondslag. ‘Een vorige eigenaar was een echte Peizenaar. Op het moment dat hij hier kwam wonen, stond het huis officieel nog in Roden. Toen heeft hij maar besloten om de grens van Peize te verleggen.’
Yteke groeide op in Haren. Een ‘kakdorp’ volgens velen, al vond zij het schromelijk meevallen. ‘Ik heb er een hele fijne jeugd gehad’, zegt Yteke, die in Groningen – in navolging van haar grootouders – geneeskunde ging studeren. In ’76 studeerde ze af en ging ze bij huisartsenpraktijk Hoekstra en Van de Meer in Roden stagelopen. Na een jaar was ze er klaar. Ze werd waarnemer. ‘In die tijd was er een groot overschot aan huisartsen. Het was niet eenvoudig om aan een vaste baan te komen, dus werd ik waarnemer. Als een huisarts elders afwezig was, dan nam ik het tijdelijk over. Ik zat in het hele land. Heb in Brabant en Den Haag gewerkt.’
In ’84 kon ze in Roden een vaste baan krijgen bij dezelfde praktijk waar ze ooit stageliep. ‘Ik werd gevraagd door één van mijn opleiders’, herinnert Yteke zich. ‘Het werk beviel meteen. Het is leuk en bijzonder. Je hebt veel contact met mensen en leert hun achtergronden kennen.’ Vroeger was het echter gebruikelijk dat een huisarts een achterwacht had. Omdat Yteke’s partner zelf ook een druk bestaan heeft als kernfysicus, was die achterwacht bij Yteke niet aanwezig. Ze moest hierdoor zelf 24/7 bereikbaar zijn. ‘Ik was één van de eerste huisartsen met een mobiele telefoon’, zegt Yteke. ‘Dat was zo’n dik ding.’
Als het over haar werk gaat, leeft Yteke op. Haar werk is eigenlijk altijd haar hobby geweest. ‘Ik heb altijd plezier gehad in wat ik deed.’ Toch is ze sinds 1 januari dit jaar minder aan het werk. Dat besluit stond al een tijdje vast. Dat haar man ondertussen ook ziek werd, versterkte dat besluit. ‘Ik werk nog steeds één dag in de week. Achter de geraniums zitten is niets voor mij, dus ik blijf graag bezig. Ik ben voor mijn werk veel op huisvisite. Andere artsen vinden dat soms wat vreemd, maar ik ben zo opgevoed denk ik. Huisvisites vind ik juist leuk om te doen.’
Het tekent het verschil tussen vroeger en nu. Eerder was het veel gebruikelijker voor een huisarts om op visite te komen. Wanneer een kind hoge koorts had, dan kwam hij al langs. Tegenwoordig is dat anders. Ook de ontwikkelingen binnen de zorg gaan snel. ‘Vroeger werd tegen iemand met een maagzweer gezegd dat hij moest gaan liggen als hij last had. Tegenwoordig wordt er gezegd: “ga bewegen!”. Daarnaast is de bureaucratie toegenomen. Administratie is nooit mijn hobby geweest en gelukkig was er vaak een collega die daarin iets voor mij wilde betekenen. Begrijp me goed: protocollen en richtlijnen zijn zeker nodig, maar het is niet erg om er soms een beetje van af te wijken.’
Bijscholingen zijn ‘part of the job’ in het huisartsenvak. ‘De zorg is constant in ontwikkeling en daar moet je in meegaan’, stelt Yteke, die zelf overigens niet graag in ‘de picture’ staat. Ze vindt de levensloop van haar man veel interessanter. ‘Hij is als hoogleraar kernfyisca nog steeds verbonden met de Universiteit van Kaapstad. Via zijn werk kwamen we twee keer per jaar in Zuid-Afrika en bezochten we landen als Nepal, Australië en Nieuw-Zeeland. Dat is toch veel interessanter?’
Daar onderschat Yteke zichzelf een beetje, vindt ook partner Rob. ‘Als je nagaat dat er op haar afscheid in januari honderden mensen afkwamen, dan heb je toch iets goed gedaan. Het Wapen van Drenthe stond vol, de mensen stonden tot aan de stoep. Dat is niet niks’, meent hij.