Zomerbaantjes – Wespenbestrijding Buiter

Wat: Wespenbestrijding Buiter
Waar: in Norg
Wie: Erwin Veenstra

RODEN – Terwijl de komkommers inmiddels volop in de schappen liggen, de temperatuur stijgt naar ongekende hoogte en voor veel mensen de vakantie is begonnen, gaat De Krant on tour langs de diehards die nog wél de handen uit de mouwen steken de komende periode. In ‘Zomerbaantjes’ laten we zien dat het werk gewoon doorgaat. We beginnen bij Erwin Veenstra, plaagdierenbestrijder namens Buiter Roden. In de zomer is hij voornamelijk bezig met wespen. Op pad dus, met deze goedlachse wespenbestrijder.

De in Nietap woonachtige Erwin werkt al jaren bij Buiter. ‘We hebben een mooi team. Hecht vooral. Dat maakt het mooi om bij ons te werken’, zegt de plaagdierenbestrijder. Sinds een aantal jaar komt deze titel hem toe. ‘Eerder verkochten wij veel bestrijdingsmiddelen tegen plaagdieren aan boeren in de regio’, zegt Erwin. ‘Maar op den duur werden de regels hieromtrent aangescherpt. Om onze vaste klanten tegemoet te komen, vroeg Jan (Buiter, red.) mij om een cursus te volgen op het gebied van plaagdierenbestrijding. Zo konden we onze klanten alsnog tegemoet komen. Toen heb ik driekwart jaar in Wageningen gezeten, om deze cursus af te ronden.’

We stappen de opvallende blauwe bus van Buiter in. Op weg naar Norg, alwaar Erwin vanochtend drie adresjes heeft. Terwijl Erwin onderweg vertelt over zijn ervaringen als wespenbestrijder, valt het op dat vele automobilisten hun hand opsteken wanneer de ‘Buiterbus’ voorbij komt. Opvallen doe je zeker wanneer je met dit blauwe gevaarte de weg op gaat.

Hij vertelt dat hij jaarlijks verreweg het meeste werk heeft van wespenbestrijding. Dat geldt ook voor de drie adressen in Norg vandaag. Daar is drie keer een wespennest gedetecteerd. ‘We halen de eerste wespennesten meestal weg vanaf juni. Dan begint het een beetje. Vaak zijn die wespennesten niet veel groter dan een pingpongbal.’ Inmiddels heeft Erwin er een dagtaak aan. ‘Ja, nu ben ik eigenlijk dagelijks wel op pad. Vandaag ook bijvoorbeeld. Nu gaan we naar Norg, maar vanmiddag heb ik nog een nest in Groningen. Het gaat de hele dag wel door.’

Erwin geeft aan dat de wespenbestrijding meestal niet zo heel spannend is. ‘Klanten denken vaak dat ik aankom in een soort astronautenpak en dat ik dan met allerlei materiaal een nest kom weghalen. Dat is meestal niet het geval. Ik denk dat ik de afgelopen tijd nog maar tien keer het pak heb aangetrokken. Ik wil natuurlijk niet dat mijn haar door de war gaat’, lacht hij.

Vaak houden de wespen zich op in spouwmuren of onder oude dakpannen. In dat geval is het nog geen vijf minuten werk voor Erwin. Toch beleeft hij er zeker plezier aan. ‘Men is blij dat je komt, dus je hebt vaak leuk contact met de mensen. Je maakt automatisch even een praatje. Leuk toch?’

We arriveren bij het eerste adres. Het is een dame met een chihuahua. Dat het journaille mee is, vindt ze geen probleem. ‘Die beesten horen hier niet’, mompelt ze, wanneer Erwin de ladder uit zijn bus haalt en door de brandgang achter het huis manoeuvreert. Onverschrokken klimt Erwin naar boven. ‘Worden die wespen niet boos als je dat spul erin spuit?’, vraagt de bewoonster, die zich afvraagt of Erwin geen pak aan zou moeten. ‘Nee hoor, meestal valt dat reuze mee.’ Twee minuten later is de klus geklaard. ‘Meestal duurt het één dag tot alle wespen dood zijn. Soms duur het iets langer. We vragen de klant altijd een weekje te wachten. Mochten ze dan nog niet weg zijn – wat eigenlijk zelden gebeurt – dan komen we nog een keer. Dat zit bij de garantie in.’

Een adresje later staat Erwin op het punt zijn pak aan te trekken. ‘Het nest zit erg hoog. Als de wespen kwaad worden, kan ik geen kant op.’ Er is echter één probleem: het huis is zo hoog dat hij zelfs mét ladder er niet bij kan. En dus wordt de ‘telescooplans’ (zo noemt Erwin het althans zelf) tevoorschijn getoverd. Hij prikt eenvoudig door het nest heen (de wand is zo dik als papiermaché) en spuit het gif erin. De wespen vallen al gauw naar beneden. ‘Dat nest waait er binnen een paar dagen af’, zegt Erwin tegen de bewoner. ‘Je hoeft het er niet af te halen, dat gaat vanzelf.’

Bij het derde adres vindt Erwin slechts een deel van een nest. De rest is onvindbaar. ‘Hier kunnen we weinig mee. We ruimen een deel van het nestje op, maar kunnen moeilijk preventief overal gif inspuiten. Mocht er nog een nest worden gevonden, dan kunt u mij bellen’, deelt hij mee.

‘Zie je nou wel? Zo spannend is het allemaal niet’, zegt Erwin op de terugreis. Toch is hij er één keer minder genadig afgekomen. ‘Het is één keer misgegaan. Ik verwijderde een knieschot en werd gelijk aangevallen. Ik ben zo’n tien keer gestoken, waaronder op m’n oog. Toen liep ik een week lang met een hele dikke kop rond, haha. Veel last had ik er niet van. Ik ben gewoon aan het werk gegaan en even later ging ik weer wespen bestrijden.’

Net voor het uitkomen van deze krant heeft Erwin helaas  aan het team van Buiter moeten vertellen dat hij een nieuwe uitdaging aangaat. Zijn wens was altijd al om iets in  de zorg te gaan doen en die mogelijkheid heeft hij nu  gekregen. Begrijpelijk dat hij die kans pakt. De reactie van Jan en Hennie en hun team is: “Het is enorm jammer dat Erwin ons gaat verlaten. Hij heeft zowel in onze winkel als op de afdeling plaagdieren veel kennis is huis. En het is een fijne collegiale vent om er bij te hebben. Wij wensen hem veel succes toe bij zijn nieuwe baan.”
Buiter Roden gaat op zoek naar de juiste persoon om hem te vervangen.