‘Zonder Sue Palmer was dit onmogelijk geweest’

donderen open dag munitiedepot

‘Donderboerkamp’: van munitiedepot tot zorgboerderij en theatergezelschap

DONDEREN – Van munitiedepot tot dé plek voor een bijzonder theatergezelschap. Dat is de historie van ‘Donderboerkamp’, aan de Norgerweg in Donderen. De locatie in Donderen is het uitgangspunt van alle PeerGrouP-producties, en dat waren er de afgelopen vijf jaar – want zo lang huist het theatergezelschap er al- nogal wat. In 2009 verhuisde de PeerGrouP van Veenhuizen naar het voormalige munitiemagazijn complex in Donderen. Aanvankelijk leek dat een plek die recht tegen de principes van het theatergezelschap indruiste. Orde, rust en regelmaat, dat vond je immers niet snel bij een theatergezelschap. Toch wist de PeerGrouP zich het terrein eigen te maken en de ordelijke structuur te behouden. Al vijf jaar is Donderboerkamp nu officieel de thuisbasis van de PeerGrouP. Zondag was er een open dag. Behalve de PeerGrouP maken ook medewerkers van zorgboerderij Prins gebruik van het voormalige militaire terrein.

Donderboerkamp is in totaal dertien hectare groot. Van de 24 bunkers deden er 21 dienst als opslagplaats voor munitie. Het gebouw aan de voorkant van het terrein was het wachthuis. Daarnaast telde het terrein nog een trafogebouw en een werkplaats waar munitie werd gedemonteerd. In 1989 werd daar nog een dienstwoning voor de permanente bewaker van het terrein bijgebouwd. Hoewel de bunkers verschillen in grootte, is het gros zo’n 203 vierkante meter groot. Om de munitie zo goed en lang mogelijk te bewaren, werden de bunkers zo dicht mogelijk gemaakt. Zonlicht en vocht mochten er niet binnendringen. Ook bliksemafleiders, vier rond elke bunker, waren nodig als bescherming tegen de natuurlijk elementen. Het grootste gevaar was het opgeslagen materiaal zelf. Het opslaan van munitie bleek een uiterst zorgvuldige bezigheid die gepaard ging met de meest verregaande voorzorgsmaatregelen. Bij een eventuele ontploffing moest de vrijkomende kracht voor zover dat kon, worden gestuurd. Zo werden de daken van de bunkers los op de muren geplaatst en werden de meeste bunkers omringd door aardwallen. De grond voor de aardwallen werd aan de voorkant van het terrein geschept. Tussen de begroeiing aan de voorkant van het terrein is daarom nog altijd een vreemde verdieping of kuil te vinden. Deze staat tegenwoordig betere bekend als ‘varkenskuil’, vanwege de varkens die er voor een PeerGrouP-project rondscharrelden.

Anno 2015 is kunst- en cultuurlandgoed Donderboerkamp een terrein waar PeerGrouP en de zorgboerderij samenwerken. Bij de PeerGrouP werken zo’n veertien medewerkers waarvan een deel dagelijks op het terrein te vinden is. De plek wordt vooral gebruikt als uitvalsbasis voor het locatietheater. Zo worden er decorstukken gebouwd en opgeslagen en wordt er gerepeteerd en geëxperimenteerd.

Historie
De PeerGrouP is al sinds 2001 gevestigd in Veenhuizen, maar het gebouw waarin de groep huist is te klein. Het aantal toeristen in het gevangenisdorp groeit, waardoor de PeerGrouP steeds minder de rust vindt die het gezelschap zo nodig heeft. Sjoerd Wagenaar, als theatermaker geïnteresseerd in de wisselwerking tussen landschap en kunst, spreekt er al een aantal keren over met Jan Hartholt, topambtenaar bij het Ministerie van Landbouw. Bovendien heeft hij als artistiek directeur van de PeerGrouP net een uiterst succesvolle voorstelling achter de rug, waarbij in een akker bij Norg een enorm strokasteel werd gebouwd. Omdat de PeerGrouP in Veenhuizen uit z’n jasje groeit, zoekt Wagenaar naar een andere plek. Als de laatste militairen in de herfst van 2009 het munitiedepot in Donderen verlaten, ontstaat al snel het idee om met de PeerGrouP Donderboerkamp anti-kraak te betrekken. In 2010 wordt Alfred Dreijer door een aantal interne verschuivingen bij de Dienst Landelijk gebied verantwoordelijk voor de verkoop van de voormalige terreinen in Donderen, Balloërveld en Anloo. De laatste twee worden zonder al teveel moeite gesaneerd en overgedragen aan Staatsbosbeheer. Munitiedepot Donderen blijkt een ander verhaal. ‘Vanuit het ministerie was de opdracht simpel: verkoop de terreinen met winst ‘, herinnert Dreijer zich nog. ‘Dat bleek een moeilijke opdracht, aangezien we middenin een crisis zaten en het ook niet gemakkelijk was om een complex met de omvang van Donderboerkamp kwijt te raken. Het terrein was zo groot, de structuur moest intact blijven en er moest verbinding met het landschap worden gemaakt. Ik zag het nog niet zo snel gebeuren.’

Wagenaar wordt vanuit het hoofdkantoor van DLG gevraagd mee te denken over de verkoop van de militaire terreinen. ‘Maar ik was met de PeerGrouP al op zoek naar een andere plek. Op de kaart zag ik meteen dat er drie complexen in Drenthe waren, waarvan Donderen het meest interessant voor ons was.’ Het depot in Drenthe heeft op dat moment een zogenaamde ‘code rood’ gekregen van de DLG, dat betekent dat een van de weinige terreinen is die met winst moet worden verkocht en daarnaast ook een toekomstig maatschappelijk doel moet dienen. Als Donderen eenmaal aan de beurt is, merkt landschapsarchitect Wim Boetze meteen de grote belangstelling. ‘Dus vanuit het hoofdkantoor werden we onder druk gezet om het maar zo snel mogelijk te verkopen. Ik vond dat er bij de verkoop geluisterd moest worden naar de regio. Bovendien gaat alles hier wat rustiger.’ In maart 2009 melden verschillende geïnteresseerde partijen en deskundigen zich bij de poort van het munitiedepot aan de Norgerweg. Ze krijgen van Boetze en Dreijer een rondleiding zodat ze er, in samenspraak met DLG, hun creativiteit uit kunnen leven. Binnen enkele maanden worden de ideeën in ‘schetsschuit’ gepresenteerd, een boekje waarin mogelijke bestemmingen worden geschetst. De meeste kans van slagen heeft een plan waarin het depot als kunstlandgoed wordt ontwikkeld. De bunkers kunnen daarbij gebruikt worden als atelier, repeteerruimte, oefenhok, kunstopslag of leslokalen. Aan de voorkant van het terrein moet een landhuis worden gebouwd als toekomstig centrum van het complex. Al snel vindt het idee zijn weerslag bij alle aanwezige partijen. ‘Het leek ons het meest kansrijk omdat het aan alle voorwaarden voldeed’, zegt Boetze. ‘ Maar het was de vraag wie het moest gaan ontwikkelen en bewonen. De PeerGrouP lag voor de hand, die waren er immers al.’ De PeerGrouP heeft op dat moment niet genoeg financiële middelen om het terrein te kopen. Bovendien wil de provincie Drenthe het gezelschap liever in Veenhuizen houden omdat de theatermakers daar voor levendigheid zorgen. Een mogelijkheid waarbij de provincie het depot voor de PeerGrouP gaat kopen, lijkt uitgesloten.
Toch krijgt het plan van het kunstlandgoed de voorkeur van zowel de gemeenten als de provincie. ‘De PeerGrouP zat dichtbij het oorspronkelijke plan dat werd aanbevolen’, zegt Boetze. ‘Bovendien zat Sjoerd er bovenop. Hij was met veel partijen in contact waardoor hij goed op de hoogte was van wat er speelde. Als hij belde, wist hij precies wat er gaande was. Ik hoefde hem niets te vertellen.’ Wagenaar had ideeën genoeg, maar geld was bij de PeerGrouP een probleem’, vertelt hij. ‘Dat hadden we niet. Dus ik moest sowieso een tweede partij erbij vinden. Zorgboerderij Prins, een initiatief van Hugo Prins, is een in Peest gevestigde zorgboerderij waar cliënten een dagbesteding krijgen die bij hen past. Prins is in 2009 ook op zoek naar een nieuwe locatie. ‘We hadden in Peest een grote ruimte waarin al onze medewerkers moesten werken. Dat wekte wel eens irritatie op. Stel dat er een wilde timmeren, dan stoorde hij de ander daarmee. Dat ging op den duur niet meer, vertelt zoon Luuk. Vader Prins was op dat moment al een tijdje aan het rondkijken naar een nieuwe locatie, tot iemand hem tipte over het voormalige munitiedepot. Daar zat de PeerGrouP toen al, op basis van anti-kraak. ‘Het contact met Sjoerd was snel gelegd’, zegt Hugo. ‘ We zijn samen gaan onderzoeken of er een mogelijkheid was voor een samenwerking. Het was belangrijk dat we samen op een lijn zaten. Je moet wel samen willen werken om er iets van te maken. Die bereidheid was er.’
Samen wordt een plan ontwikkeld waarbij het moto is: ontwikkel naar daadkracht. ‘Dat wil zeggen dat eigenlijk alles mogelijk is, zolang het maar past in de duurzame en cultuurhistorische kaders’, zegt Wagenaar. ‘ Kijk naar de kracht van iedere gebruiker en laat de mensen hun gang gaan met wat ze willen en kunnen. Er wordt al zoveel geld in initiatieven gepompt die nooit van de grond komen. Wij willen samenwerken met zowel interne als externe partijen, zodat er initiatieven gerealiseerd kunnen worden waar onze medewerkers wat mee kunnen. Wil iemand timmeren? Ga je gang en maak een werkplaats. Wil iemand kruiden laten groeien? Prima, dan maken we van een van de bunkers een herbarium.’
Het plan is volop in ontwikkeling. Er is en blijft echter een groot probleem. Beide partijen kunnen niet genoeg geld bijeen krijgen om een serieus bod uit te brengen op Donderboerkamp. Tot Sue Palmer een bezoek brengt aan het terrein. ‘Het is het koosnaampje voor de onbekende mecenas die geld schonk om het landgoed te kunnen kopen van Dienst Landelijk Gebied. Ze wil liever onbekend blijven’, lacht Wagenaar. ‘Maar zonder haar hadden we het nooit gered.’ Met behulp van Sue Palmer en andere investeerders wordt in 2015 het voormalige munitiedepot Donderen door de DLG verkocht aan de BV Donderboerkamp, die speciaal voor de aankoop wordt opgericht. Nog altijd is Luuk Prins directeur en tevens beheerder van Donderboerkamp.

Als in oktober 2009 Defensie het terrein eenmaal moet verlaten, stuit Dreijer op een enorme weerstand. ‘Het leger deed heel moeilijk over het afstoten van het depot. De mannen die hier zaten, wilden ons tijdens het ontwikkeltraject niet toelaten. Dan stonden we letterlijk voor een dichte deur en deden ze net of ze niet thuis waren. Dan moesten we de sleutels bij de maker ophalen. Je merkte de weerzin bij het verlaten van het terrein. Daarnaast waren de militairen ervan overtuigd dat ze terug zouden komen. ‘