Al vijf jaar met ziel en zaligheid werkzaam bij het Ambachtenproject  

Project van ISD Noordenkwartier wil deelnemers weer naar school en aan het werk krijgen

LEEK – In het depot van het Rijtuigmuseum in Leek, zetelt al vijf jaar lang de werkplaats van de ISD Noordenkwartier. Door de jaren heen was dit de werkplek voor schoolverlaters en mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. De laatste tijd is de werkplaats ook een thuishaven voor statushouders, die willen integreren in de Nederlandse samenleving. De werkplaats wordt vanaf dag één gerund door Kenneth, die (vaak op de achtergrond) wordt ondersteund door onder andere Jacqueline. De twee praten met veel liefde over de werkplaats, die zo vaak het decor was van zelfontplooiing en mooie momenten. Maar ook van verdriet, woede en onmacht.

In de kleine kantine van de werkplaats, wordt koffie geschonken. Het is er fris, zoals het in een werkplaats altijd kouder is dan in een huis. Jacqueline en Kenneth nemen plaats aan een tafel die vol ligt met paperassen en allerlei materialen. Jacqueline, keurig gekleed en goedlachs, neemt plaats tegenover Kenneth. Die laatste schuift aan in zijn werkkloffie. Met zijn spijkerschort en excentrieke sik, is hij een bijzondere verschijning.
Kenneth – door iedereen ‘Ken’ genoemd – runt dagelijks de werkplaats. ‘Een aantal dagen per week, zo’n negen uur per dag’, zegt hij. ‘We verwachten van de deelnemers dat ze om half negen aanwezig zijn. Dat doen wij om ze structuur bij te brengen.’
Jacqueline heeft als jobcoach/trajectbegeleider een ondersteunde functie en is net als Ken vanaf de start bij het project betrokken. In de werkplaats, waar de deelnemers vooral bezig zijn met houtbewerking, is Ken de baas. Maar wanneer er problemen opspelen en er moet worden gekeken naar alternatieve manieren zoals bijvoorbeeld opvang of therapie, zijn Jacqueline en haar collega namens ISD Noordenkwartier het aanspreekpunt. Ken is veel met de deelnemers bezig, spreekt ze dagelijks en signaleert problemen. Jacqueline is meer op de achtergrond met de deelnemers bezig. En kijkt – in samenspraak met Ken – hoe zij deelnemers op individueel niveau kan helpen.
Het individueel aanpakken van problemen is de kracht van het programma, vinden Ken en Jacqueline. ‘Het is uniek’, stelt die laatste. ‘Niet iedereen komt hier altijd fluitend heen. Maar we zien in veel gevallen dat dit juist een uitkomst is voor mensen die niet precies weten wat ze willen met hun leven. Die niet weten waar hun krachten liggen en wat ze in zich hebben.’
Het ultieme doel van het project: óf weer terug naar school of passend werk vinden. ‘Momenteel zijn het vooral statushouders en jongeren die hier komen’, vertelt Jacqueline. ‘Eigenlijk moet je het zien als een soort screening. Ze komen hier terecht, zijn een aantal dagen per week bezig en ondertussen helpen wij ze om hun kwaliteiten te ontdekken. Maar kijken ook hoe het zit met bijvoorbeeld hun arbeidsethos.’ Ken kan dat beamen. ‘De deelnemers komen hier en gaan aan de slag. We doen heel veel voor het Rijtuigmuseum. We restaureren rijtuigen, helpen met huishoudelijke klussen rondom Landgoed Nienoord, helpen met het opzetten en afbreken van tentoonstellingen en voor de rest is het veel restauratie- en schilderwerk. Daarnaast is er een sociaal aspect wat er bij komt kijken. Als we hier in de kantine zitten, praten we met elkaar. En tijdens het werk ook. Dan maak je een praatje. Vraag je wat deelnemers leuk vinden om te doen. Vaak krijg je dan te horen dat ze niks leuk vinden. Maar dat kan niet. Er is altijd iets wat je leuk vindt om te doen.’
Door veel met de deelnemers in gesprek te gaan, leert Ken de mensen kennen. ‘

De thuissituaties van de deelnemers verschillen. Zo zie je dat sommige mensen bijvoorbeeld thuis weinig liefde en aandacht hebben gekregen, of dat ze te horen kregen dat ze “niets konden”. Zulke dingen komen hier dan tot uiting. Dan zie je bijvoorbeeld een deelnemer die last heeft van faalangst. Of je merkt dat iemand geïrriteerd is. Als je dan het gesprek aanknoopt, merk je dat diegene bijvoorbeeld een gameverslaving heeft en tot drie uur ’s nachts zit te gamen. Dat zijn dingen die ik terugkoppel aan Jacqueline.’
Ken en Jacqueline weten zich nog iemand te herinneren die depressief thuis zat, alvorens zij in de werkplaats van de ISD kwam werken. Ze leed aan PDD-NOS, maar Ken – die een verleden heeft als restaurateur van rijtuigen voor het Koninklijk Huis en daarnaast in meerdere psychische instellingen heeft gewerkt – zag direct dat ze ‘gouden handen’ had. ‘Het was een persoon die je niet onder druk moest zetten. Ze had tijd en ruimte nodig om te kunnen werken. Als je haar ging pushen, dan was ze weg. Maar het meisje was heel handig en was graag met haar handen bezig. Uiteindelijk hebben wij haar via dit traject bij een zelfstandig ondernemer kunnen onderbrengen. Bij het bedrijf is nauwkeurigheid véél belangrijker dan tempo. Ze paste er dus perfect. Het meisje werkt daar nu en is stikgelukkig.’ Jacqueline prijst niet alleen de persoon, die vanuit een depressie zichzelf opwerkte richting een mooie baan, maar onderschat ook de rol van Ken niet. ‘Ken heeft veel energie in de persoon gestoken. Toen ze binnenkwam was haar sociale ontwikkeling nog niet optimaal. We zijn direct naar haar kwaliteiten gaan kijken en ook zij heeft haar blik hier kunnen verruimen. En dat is heel goed voor haar geweest.’
Aanvaringen zijn in het werk van Ken en Jacqueline onvermijdelijk. ‘Als iemand zijn dag niet heeft, kunnen de emoties oplopen. Maar dat is geen probleem. Hier zijn geen taboes. Je mag zeggen wat je wil. Het onderlinge vertrouwen is dan ook erg belangrijk’, zegt Ken.
In vijf jaar namen ongeveer 75 mensen deel aan het project in het depot van het Rijtuigmusuem. Omdat het een voorbeeldproject is, kwam zelfs toenmalig staatssecretaris Sociale Zaken Jetta Klijnsma een kijkje nemen in de werkplaats. Een hoogtepunt voor Jacqueline en Ken, die zich nog levendig een ontmoeting voor tussen Klijnsma en één van de deelnemers voor de geest weten te halen. ‘De persoon kon goed leren, maar had vaak extra begeleiding nodig. Hij ontdekte in de werkplaats dat hij ontzettend hield van sieraden maken. Dat kon hij ook heel goed. Tegen Klijnsma zei hij toen: “Ik heb een beperking, maar ik laat mij er niet door beperken.” Inmiddels zit hij in het derde jaar van een hbo-opleiding tot goudsmid’, vertelt Ken.
Vervolgens staat Ken op. Genoeg geluld, tijd om de werkplaats te verkennen. Vol trots laat hij zien waar en hoe er vogelhuisjes worden gemaakt, die vervolgens in de winkel bij het museum verkocht worden. In de werkplaats zijn de deelnemers met oog voor detail aan het werk. De één verricht restauratie werkzaamheden aan een koets, terwijl de ander bezig is met een prachtig vogelhuisje. Ken vertelt: ‘Statushouder hebben in het land van herkomst veelal mooie kwaliteiten ontwikkeld. Zo heeft iemand laatst een oude mechanische werkbank, bedoeld voor de productie van rijtuigwielen, gerepareerd. Een ander was in Eritrea boer en kon zijn draai in de werkplaats maar moeilijk vinden. Via via hebben we geregeld dat hij kon gaan werken in Familiepark Nienoord, waar hij meer met de dieren bezig kan. Dat hebben we mede door het gigantische netwerk van museumdirecteur Geert Pruiksma voor elkaar gekregen. Zo krijg je iemand op de juiste plaats. Uiteindelijk moet iedereen die hier komt, aan een goede opstap naar werk worden geholpen.’
Even later staan Ken en Jacqueline buiten. Na vijf jaar intensief met dit project bezig te zijn geweest, zou je zeggen dat de lol er wel een beetje af is. Het tegendeel is waar. Ondanks dat het soms heftig werk kan zijn, iedere dag weer nieuwe uitdagingen met zich meebrengt en er vaak engelengeduld nodig is, krijgen de twee juist enorme energie van de werkplaats. Voor het depot nemen de twee afscheid. Ken moet de werkplaats weer in. Jacqueline gaat weer naar het kantoor van ISD Noordenkwartier in Roden. Er is altijd iets te doen.