Hard werken, karakter en een hoop plezier!

Vrijwilligers van het eerste uur vertellen over de Kledingbank

RODEN – Dit jaar viert de Kledingbank Noordenveld een heus jubileum. Al tien jaar zetelen zij aan de 1e Energieweg te Roden, achter de Shell benzinepomp. Zoals de Voedselbank mensen uit minimagezinnen aan eten helpt, zo helpt de Kledingbank mensen in geldnood met het vinden van een mooi setje kleren. Dat doen zij op geheel eigen wijze, door veel werk te verzetten, de mensen van goed advies te voorzien en – misschien wel het allerbelangrijkst – met een grote glimlach op hun gezicht. Neem nu Remmie Pruim uit Norg en Marij Pieters uit Roden. Twee vrijwilligers van het eerste uur, die vooral een hoop lol beleven aan hun werk bij de Kledingbank. ‘Al is het niet alleen maar lachen en koffie drinken, hoor. Er is altijd genoeg te doen’, zegt Remmie.

Tien jaar geleden betrokken de vrijwilligers van de Kledingbank hun huidige adres. Op dat moment viel er nog weinig eer aan te behalen. Een oude, kale spuiterij moest worden omgevormd tot gezellige ‘kledingwinkel’. Dat had nogal wat voeten in de aarde, maar dankzij hulp van lokale ondernemers is dat gelukt. In de tien jaar die volgden, is de Kledingbank echter uit hun voegen gebarsten. ‘Het is inmiddels wel te klein, ja’, geeft Marij toe. Dat valt ook te zien in de ruimte van de Kledingbank. Ondanks dat het er vrij netjes uitziet, is het aantal kledingstukken overweldigend.

De inwoners van Noordenveld weten ze wel te vinden, kunnen we met gerust hart zeggen. Momenteel heeft de Kledingbank zo’n 150 klanten, waar het er eerder rond de 200 waren. Je zou zeggen dat dit positief is, aangezien er blijkbaar minder mensen gebruik moeten maken van de Kledingbank. Aan de andere kant kan het ook een teken zijn dat minder mensen de Kledingbank weten te vinden, of überhaupt de drempel over durven stappen. Dat laatste is de volgens Marij wel minder geworden. ‘Eerder waren de mensen wat terughoudender om hier te komen. Die drempel is nu niet meer zo aanwezig. De oudere mensen hebben soms nog moeite om hier te komen, maar de meesten weten ons te vinden’, zegt Remmie.

Remmie en Marij zijn dus vrijwilligers van het eerste uur, die elkaar vanuit Platform Minima al kenden. Beiden lopen al sinds jaar en dag mee en zijn hierdoor bevriend geraakt. Ondanks dat Marij op dinsdag en maandag meeloopt bij de Kledingbank en Remmie dat op woensdag doet, hebben de twee veel contact. ‘We bellen ook regelmatig’, zegt Marij. ‘Ik denk dat ik het zonder Marij niet meer leuk vindt. Ze moet wel door blijven gaan hoor’, zegt Remmie. Het zegt genoeg over de bijzondere band van de twee dames. Zowel Remmie als Marij hebben zich bij de Kledingbank aangesloten, omwille van een bepaald doel. Zo stelt Remmie zichzelf het doel om iets goeds te doen voor een ander, maar ook om zelf lekker bezig te zijn. Marij vult haar aan. ‘Het is heerlijk om hier bezig te zijn en het mooiste is, dat je de mensen blij weg ziet gaan. Een glimlach op hun gezicht, daar doe je het voor.’ Dat ze het vaak druk hebben in de winkel, is voor Remmie en Marij geen probleem. ‘Het is veel sjouwen met dozen, maar ook veel administratief werk. Zoals je weet kan niet iedereen zomaar alles meenemen. Er is wel degelijk een systeem’, zegt Marij. Kortom: hard werken is een bijkomstigheid wanneer je vrijwilliger bent van de Kledingbank. Remmie: ‘Je moet er een bepaald karakter voor hebben, denk ik. Maar het is vooral heel leuk.’

De Kledingbank laat zien dat een mooie outfit niet duur hoeft te zijn. Zo kleedden zij eerder dit jaar raadsleden aan, die een modeshow liepen in kleren van de Kledingbank. Zij zouden zelfs nog in deze kledij een raadsvergadering bijwonen, maar dat ging op het laatst niet door vanwege het plotselinge vertrek van wethouder Reint-Jan Auwema.

De dames zijn na jaren trouwe dienst nog lang niet uitgekeken op de Kledingbank. ‘We gaan nog jaren door’, stelt Marij. Remmie begint te lachen. ‘Schrijf maar op: wij hopen over tien jaar op onze scootmobiel nog steeds naar de Kledingbank te komen!’.