‘Ik kan het niet loslaten, moet er niet aan denken dat jullie hier zijn en ik thuis zit’

Vrijwilligers van het eerste uur over de opbouw van de jaarbeurs

RODEN – Iedereen weet het: geen Rodermarkt zonder vrijwilligers. Mensen die geheel belangeloos hun schouders ergens onderzetten, goud waard zijn ze. Er zijn verenigingen die een smeekbede in hun clubblad plaatsen voor mensen die hun handen uit de mouwen willen steken voor de club. Zo niet bij de Roder jaarbeurs. Die prijst zich rijk met de enorme trouwe ploeg Rodenaren die, zodra de oude blauwe jaarbeurstrailers gearriveerd zijn, binnen no time met opgestroopte mouwen op het terrein staan. De Krant ging op de koffie bij vrijwilligers van het eerste uur; Piet ten Hoor, Henk Barkhof en Koos van Bergen.

“Loop maar even mee naar de caravan”, sommeert Henk Barkhof, jarenlang opperhoofd van de bouwploeg. “Koffie?” Dat laten we ons geen twee keer zeggen. Ook de dikke plak iets te vette hotelcake glijdt er lekker in rond een uurtje of elf. Met zijn 87 is Barkhof de oudste van het stel, maar zeker niet de traagste. Er is helemaal niets dat Barkhof ontgaat. Zo constateerde hij vanochtend dat de bierleidingen er niet lagen. En die moeten wel onder de grond door vóórdat de vloer er ligt. 28 jaar geleden meldde Barkhof zich als vrijwilliger, samen met Harm Boer (helaas overleden) en Albert Horst. “We waren de eerste drie vrijwilligers van de jaarbeurs”, weet Barkhof. “We deden alle voorkomende werkzaamheden. Bé van der Meulen zat toen in het bestuur. Hij zei: ‘dat en dat moet er gebeuren, zie maar hoe je het doet.’ Een draaiboek was er niet. Wat dat betreft is er veel veranderd, alles is nu tot in de puntjes uitgewerkt. Maar ook al heb je een draaiboek, en ook al heb je de beurs voor de achtentwintigste keer opgebouwd, je loopt altijd tegen problemen aan. Onverwachte dingen. Een vrachtauto die direct z’n vracht moet lossen bijvoorbeeld. Staat niet in het draaiboek. Je moet snel beslissingen kunnen nemen.” Jarenlang was Barkhof hoofd van de bouwploeg. Roelf Piek heeft het van hem overgenomen. “Ik ben gestopt maar kan het niet loslaten. Moet er niet aan denken dat jullie hier zijn en ik thuis zit. Het is zó’n gezellige ploeg. Al moeten we soms ook flink incasseren onder elkaar. Als er iemand vraagt ‘is dat wel recht?’ Kan –ie zomaar te horen krijgen: ‘sooiemieter op, bemoei je met je eigen zaken’. Maar we hebben vooral veel lol met elkaar. Ze hebben mijn auto wel eens achter de bouwhekken gezet. Met sloten op de hekken. Kon ik lopend naar huis. Dat soort grappen.”

Koos van Bergen (74) gaat zijn dertiende jaar in als vrijwilliger bij de beursopbouw. Fantastisch vindt hij het. Een week waar hij naar uitkijkt. “We beginnen altijd met ‘het hok van Piet’, zoals wij het noemen. We timmeren een scheidingswandje links voorin de tent. Voor alle kratjes en eterij voor de mannen. Iedereen heeft hier z’n vaste taken. Er is een ploeg die het podium opbouwt, eentje die de garderobe opbouwt. We werken in vaste groepjes maar hebben geen last van groepsvorming. Het is een grote hechte club. Aan het eind van de dag drinken we met elkaar een biertje.”

Na een kwartiertje stapt ook Piet ten Hoor (84) de caravan binnen. Toestanden, roept hij. “We hebben bier in kratten besteld maar kregen bier in dozen. Heineken, in van die dure, aluminium flesjes. Maarre… ’t is inmiddels opgelost hoor.” Piet is hoofd-catering voor de jongens, een ploeg van ruim dertig man. Is de hele dag in de weer met koffie (die hij tot zondag tapt vanuit de oude caravan want maandag komt de keuken, red.), bier, metworst, kaas en cake. Aankomende vrijdag is het sloes voor Piet. Zit zijn taak erop. “Of ik dan aan de andere kant van de bar zit? Reken daar maar wel op, haha!” Voor Barkhof en Van Bergen wordt het geen barhangen als de boel eenmaal staat. Zeker niet. “Er moeten kraampjes opgebouwd worden, er gaat wel eens een wc lek of er wordt iets vernield. In de keuken hangt een lijst. Daarop kan iedereen zijn naam invullen op welke dag hij kan helpen.”  Over een ding zijn de heren het roerend eens: geen mooier feest dan Rodermarkt. Barkhof: “Mijn vrouw zei altijd: ‘’t is nog zulk mooi weer in september. We kunnen er best even met de caravan op uit.’ Nou, zei ik, ik wil het hele jaar wel met je op vakantie, maar in september ben ik niet beschikbaar.” En dan ben je 87 en nog steeds vrijwillig actief. Hoe mooi is dat?