Maria’s Mooie Mensen 320

 

eer een nieuwe mijlpaal passeerde de revue in huize Wijnands. Mijn oudste dochter wordt groter en groter en nu ze haar vijfde verjaardag al bijna aantikt, kon ze haar eerste kinderfeestje van haar bucketlist strepen. Het begon allemaal met post en als er iets is dat ze prachtig vindt, is het wel post. Ze is ongetwijfeld de enige in dit land die blauwe enveloppen uit de bus vist als ware schatten en dan ook nog teleurgesteld deze aan mij afstaat – terwijl ik ze met evenveel teleurstelling ontvang. Maar laatst was het heus zo; op deze kaart stond haar naam. Ook ik had geen idee wat dit zou zijn, dus keek nieuwsgierig mee hoe ze zelf de envelop open maakte, lees: kapotscheurde. Er zat een vrolijk kaartje in en even verbaasd als zij las ik voor dat er een heus feestje wachtte waarvan we slechts de cryptische details als een locatie – dé binnenspeeltuin – en ‘we nemen je mee uit school en brengen je weer thuis’ stonden. ‘Ik ga niet’ zei ze resoluut en keerde zich tot haar speelgoed. Verbaasd bleef ik met het kaartje achter. Ik praatte eens op haar in, roemde de binnenspeeltuin, gokte dat er patat was en zei dat het véél te leuk zou worden. Het maakte niks uit: mevrouw wilde niet. Ik liet het onderwerp maar even bekoelen, maar bereidde haar wel voor dat niet gaan eigenlijk geen optie zou zijn. Ik begon al in mijn agenda te neuzen, misschien moest ik maar mee lijden, dan zou ze het misschien wat minder eng vinden. Voorzichtig polste ik eens bij de vader van het feestvarken en liet uit voorzorg vallen dat mijn meisje het wel spannend vond, dan was het wat minder onverwacht als ik haar er echt niet heen zou krijgen. Maar zoals dat gaat met meisjes was haar mening twee dagen later 180 graden gedraaid. Terwijl ik uiterst voorzichtig het onderwerp op tafel bracht, was haar mening dit keer helder: ‘ik ga wel’. Ik viel nog net niet van mijn stoel, alhoewel ik inmiddels toch geoefend ben in wisselende meningen. Engelen zongen hallelujah in mijn oren en ik wilde een vreugdedansje doen, totdat ze me vernietigend aankeek en ik me besefte dat niet de engelen, maar ik hallelujah zong. Eind goed, al goed: we kochten een cadeau, zij zei met veel gevoel voor drama haar middagje oma af – ‘maar oma wat moet je doen zonder mij?’ – en daar ging ze. Het cadeau mee naar school, uiteraard daar vergeten toen het tijd was zich te melden voor het feest, maar zelfs dat mocht de pret niet drukken. Het bleek een succes, weer een horde genomen. Volgende stop is haar eigen feestje. Weer een mijlpaal te slechten.