Nestgelegenheid

Wanneer je vanuit Roden richting Peize rijdt zie je voor de verkeerslichten aan je rechterhand de boerderij van Johan en Marleen Wieland aan het Oosteinde. Toen er een nieuwe loop- ligboxenstal werd gebouwd is bedongen dat er wat schaamgroen werd geplant om het gebouw aan het zicht te onttrekken. Nog even en u ziet vanwege het groen nog nauwelijks dat er een boerderij staat. Behalve ’s winters natuurlijk, want het zijn gelukkig geen coniferen. Dat past hier niet.

Vóór Johan bestierde Jan Wieland daar de gang van zaken en over hem hoorde ik van Johan nog een aardig verhaal. Jan liet het vinden van het eerste kievitsei altijd maar over aan Johan Baard, maar in een bepaald jaar meldde hij toch maar eens het eerste ei. Dat moest toen wel worden getoond, maar daar kreeg hij al gauw spijt van, want vertelde Johan, die Kievit bleef de hele dag onrustig heen en weer vliegen, waarschijnlijk omdat het ei er niet meer was. Uit pure wroeging heeft Jan, hij woont tegenwoordig aan de Leeksterweg, daarna nooit meer een ei geraapt. Tot zover deze anekdote.

Enige tijd geleden werd ik door Johan gebeld met een vraag. Het ging over een natuurzaak, maar ook over een centenkwestie. Ik maakte met hem een afspraak om er over te komen praten en toevallig was dat op een dag dat het NPO-Journaal ’s morgens meldde dat er weer een x-aantal miljonairs in Nederland was bijgekomen en, dat was wel heel toevallig, dat daar veel melkveehouders bij waren. Omdat hij al had gemeld dat het ook over centen ging – nou ja, het ging over iets meer – wilde ik wel eens van hem weten hoe dat nou zat. Het kwam er volgens hem op neer hoe je een bedrijf achterlaat. Heb je een kind dat het bedrijf wil voortzetten, dan sterf je arm, volgens Wieland, maar verkoop je de hele zwik dan ben je zomaar multimiljonair. Dan moet het land wel in eigendom zijn, want daarin zit het kapitaal. Overigens heeft zoonlief geen interesse om boer te worden, maar hun dochter wel. Ze is trouwens nog maar twaalf en dus kan ze best nog van mening veranderen.

Waar het echt over ging was over nestgelegenheid. Op de foto ziet u Johan staan voor een element van één van de sleufsilo’s die hij achter de boerderij heeft. In elk element zitten twee openingen die door Oeverzwaluwen zijn ontdekt als perfecte broedplek. In het voorjaar hebben ze gangetjes gegraven die eindigen in een iets omhooglopend broedholletje. Van voren zijn ze niet te benaderen en als de grond erboven zou worden afgedekt met tegels ook niet. Dat was dit jaar niet het geval en zo kon het gebeuren dat (slechts) in het begin van de silo, waar de laag grond minder dik aanwezig was, een nest was uitgegraven door een Vos. Die scharrelt daar wel eens rond, hoewel Johan wil doen voorkomen dat er in de buurt regimenten van rondlopen. Dat neem ik met een korreltje zout, maar dat ze er zijn staat buiten kijf. Sowieso was de schade beperkt te noemen, want dat ene nest was er één van de pakweg 50 die Johan er telde. Dat was een kwestie van hoopjes zand tellen die onder de openingen lagen. Met dat aantal was hij best in zijn nopjes, want die beestjes vangen heel wat vervelende insecten bij zijn vee weg. Tel daarbij op de ca. 50 paartjes Boerenzwaluwen die in/op de boerderij broeden, dan weet je dat het daar met de ’insectenbestrijding’ goed geregeld is.

U begrijpt dat die silo’s er niet zijn geplaatst voor de Oeverzwaluwen, maar voor het kuilvoer. Nu is het zover dat het voer nodig is en dus gaat de broedgelegenheid voor de zwaluwen verloren. Maar Johan had bedacht dat hij in het verlengde ervan iets nieuws zou kunnen creëren en vroeg zich af of dit subsidiabel is. Dat viel tegen: de Postcodeloterij gaf niet thuis, de Provincie niet, Vogelbescherming Nederland niet en zo vielen er wel meer af. Ook de gemeente Noordenveld gaf niet thuis. (Misschien was het wel gelukt met een uitdagende fietsroute over zijn terrein!) Ten langen leste klopte Johan bij IVN Roden aan voor raad, maar wij hebben ook geen idee wat in ’subsidieland Nederland’ mogelijk is. Wel zijn we het erover eens dat het een nobel streven is de zwaluwen onderkomen te bieden en dat kan met relatief weinig betonplaten met veel gaten. Johan gaat ermee aan de slag en u hoort later het vervolg.