Noordenvelders; Jan Siegers

Al voor het negende jaar organiseert Jan Siegers de SGW Cross in Norg. Een evenement wat jaarlijks in aanzien stijgt en inmiddels in de regio een grote naam heeft gekregen in de paardenwereld. Toch is Jan naar eigen zeggen geen paardenman. ‘Ik ben er via mijn dochter ingerold. Maar een dag langs het parcours zitten? Nee, dat zou ik niet snel doen.’

Het was dochter Anniek – bekend van haar bloemenboutique in Norg – die haar vader kennis heeft laten maken met de paardensport. Liever keek Jan bij het voetballen van zijn zoons (beiden uitkomend voor de selectie van VV GOMOS). ‘Ik ging met Anniek vaak wel naar de wedstrijden toe. Het viel mij op dat wedstrijden lang niet altijd goed geregeld waren. En als ik dat zie, dan ben ik iemand die hier commentaar op levert.’ Bij alleen commentaar bleef het niet. ‘Ik ben de cursus tot parcoursbouwer gaan volgen. Dat is goed bevallen. Nu bouw ik het parcours voor de cross in Norg en ik ben nog in Staphorst bezig.’

Het grote verschil is echter dat Jan in Norg de gehele organisatie van de SGW Cross onder zijn hoede heeft. ‘In Staphorst bouw ik alleen het parcours, in Norg is mijn taak groter. Negen jaar geleden was die hele organisatie nog een stuk minder groot. Door de jaren heen is het flink toegenomen. Inmiddels zitten wij met zes mensen in de organisatie. Iedereen neemt een apart deel voor zijn rekening.’ Het bouwen van een parcours begint bij een schets, legt Jan uit. ‘Wanneer je alles hebt uitgedacht, ga je aan de slag. De organisatie van de cross in Norg begint in januari. Dat is ook wel nodig als je het goed wil doen.’

Er gaat dus veel werk in een cross zitten. ‘Een grote stimulans zijn de tevreden deelnemers. We krijgen vaan complimenten en dat geeft voldoening. Er komt ook wat bij te komen. Ga maar na dat wij iedere dag zo’n 120 vrijwilligers nodig hebben.’ Om de deelnemers ieder jaar tevreden te houden, luistert de organisatie goed naar de feedback die ze ontvangen. ‘Als wij bijvoorbeeld merken dat sommige onderdelen van de cross heel moeilijk zijn gebleken, dan passen wij dat aan. De cross vindt in het laatste weekend van augustus plaats, maar wij zijn tot en met september nog bezig met de evaluatie hiervan.’

En zo kan het dat de cross steeds bekender wordt. ‘Heel eerlijk: de eerste cross, was een takkencross vergeleken met nu. Iedere jaar wordt het professioneler, heb je meer kennis en ziet het er beter uit. Het is niet voor niets dat wij sinds vijf jaar het Noord-Nederlands Kampioenschap mogen organiseren hier. Om dat te mogen, moet je aan enkele richtlijnen voldoen. Westerbork organiseerde altijd het Noord-Nederlands Kampioenschap en waren dus niet blij dat wij hun opeens inhaalden. Dat snap ik wel.’

Aan ambities geen gebrek in Norg. In 2020 willen ze namelijk het Nederlands Kampioenschap organiseren. ‘Er komt een commissie met bobo’s uit het hele land. Zij gaan bepalen of wij volgend jaar het NK mogen organiseren. De afgelopen twee jaar vind ik dat we een beetje afgescheept zijn. Zo hadden ze vorig jaar kritiek op het feit dat de dressuur bezig was bij de manege, terwijl ook de cross nog niet afgelopen was. Daarom gaan wij vanaf volgend jaar het dressuur op de Brinkhofweide laten plaatsvinden. We komen tegemoet aan hun eisen, zodat wij hopelijk volgend jaar het NK mogen organiseren. En als dat niet lukt? Tuurlijk, dan zal dat teleurstellend zijn. Maar als we de goede uitstraling hebben, dan zou het zo kunnen. Er zijn nog maar drie echt serieuze crossen in het noorden, en wij springen er bovenuit. Maar we merken wel dat het onder druk staat. Je moet toch gekken hebben zoals ik om het draaiende te houden. Gelukkig weten wij die nog steeds aan onze cross te verbinden. Dat het al jaren zo goed gaat, is te danken aan de vele vrijwilligers.’

‘Of ik na al die jaren een paardenmens ben geworden? Nee. Ik weet inmiddels hoe je een cross moet organiseren en hoe een parcours gebouwd moet worden. Maar ik weet nog steeds niets van afstammelingen en dergelijke. Een paardenmens ben ik niet. Ik beleef gewoon veel plezier aan de organisatie van zulke evenementen.’