Jeanette voelt zich schatplichtig aan het pand waar ze al meer dan zeventig jaar komt

Brink 6 wordt verbouwd maar behoudt karakter

RODEN – Het zal veel Rodenaren zijn opgevallen toen zij onlangs door het dorp reden. Brink 6, pal achter de kerk en naast Landgoed Mensinge, wordt flink verbouwd. Het pand was sinds omstreeks 1865 in handen van de voorouders van Jeanette Meyer en werd onlangs verkocht aan Harm Holman en Nettie Kramer. Zij zijn voornemens de woning flink te vernieuwen, zonder de karakteristieke uitstraling geweld aan te doen. Juist dat maakte dat Meyer het pand met een gerust hart verkocht. ‘Ik voel mij een beetje schatplichtig aan Roden en de omwonenden’, zegt zij. Onlangs was ze voor even terug aan de Brink, alwaar ze de rijke geschiedenis van de woning uitdiepte.

‘Het is heel raar om dit zo terug te zien’, zegt Jeanette, terwijl ze met haar mobiel foto’s maakt van de binnenkant van de woning. ‘Ik vind het eigenlijk best leuk om het zo te zien. Het is door de jaren heen al zoveel verbouwd hier, heel bijzonder. Ik kom hier al zeventig jaar hè, kun je nagaan.’ Alles is gestript, maar Jeanette weet nog precies te vertellen waar alles zat. De keuken, de vroegere kroeg, het vroegere kruidenierswinkeltje en de plek waar men petroleum kon halen. Verhalen en anekdotes schudt ze dan ook zo uit haar mouw.

Jeanettes voorouders Tjerk Scheepstra en Geertruida Berends waren de eerste Scheepstra’s die het pand bewoonden en er handel dreven. Er zat, zoals gezegd, een café, een kruidenierszaak, een slijterij en een houthandel in. ‘Later had je hier ook één van de eerste telefoons. Kwam het hele dorp hier om te bellen’, lacht Jeanette. ‘De dienstmeiden die hier werkten, hadden een kamer waar ze mochten slapen. Zo ging dat destijds.’

Jeanette zelf kwam regelmatig in het huis aan de Brink. ‘Ik ben in Groningen geboren. Mijn vader werkte op zee, mijn moeder woonde in Roden. Ze was vaak ziek, waardoor ik hier werd ondergebracht. Ik zat op de Scheepstra School, even de Brink over en ik was er. Later gingen we naar Rotterdam, maar ik wilde altijd weer terug naar Roden. Mijn ouders ook trouwens. In 1984 kwamen zij dan ook definitief terug. Mijn moeder overleed hier in dezelfde kamer als waar ze geboren werd.’

Jeanette haalt het boek ‘Honkvast’ uit haar tas. Een boek van Steffie van den Oord, die de levens van mensen beschreef die in oude huizen bleven wonen. De titel verraadt het eigenlijk al. Ook Jeanettes moeder werd geportretteerd voor het boek. ‘Vriendinnen van mijn moeder uit het westen des lands, zeiden altijd al dat zij hier thuishoorde. Hier was ze op haar plek’, zegt Meijer, die dankzij haar moeder veel weet over de rijke geschiedenis van Brink 6. ‘Mijn moeder gooide nooit een papiertje weg. Ik ben twee jaar lang bezig geweest om alles uit te zoeken, maar zo kom je nog eens wat tegen.’

Zoals het feit dat Brink 6 geconfisqueerd was door de Duitsers. ‘En later herbergde deze woning Canadezen, die wachtten tot ze terug konden keren naar huis. Er zijn nog briefjes van de Canadezen, waarin ze mijn grootouders Jan Scheepstra en Jantje Holman (familie van Harm) bedankten.’

Jeanette pakt het fotoboek van haar familie erbij. We zien mevrouw Van Balsvoort, de welbekende onderwijzeres van de Scheepstra School, op de thee bij de grootmoeder van Jeanette. We zien haar moeder met twee hartsvriendinnen in rode, witte en blauwe jurkjes ter ere van de bevrijding. Op een andere prent zien we een stampvolle bruiloft. ‘Dan gingen de tussendeuren van het café open en kwam iedereen aan lange tafels te zitten’, herinnert Jeanette zich.  ‘Dat waren ontzettend gezellige bijeenkomsten. Ik kon vaak niet slapen van alle herrie en probeerde halverwege de trap een glimp op te vangen het feest. Dat vergeet ik nooit weer.’

Een verhaal wat ook de ronde doet, is hoe mevrouw Kymmell van het nabijgelegen Landgoed Mensinge over het land van haar familie naar de kerk ging, alwaar ze een eigen ingang had. ‘Mevrouw Kymmell zou hier nog eens een nacht in de sloot hebben gelegen, ze was uitgegleden. Die arme vrouw lag er heel lang voordat iemand het doorhad. Dat heb ik van horen zeggen.’

Achter het huis stond ‘De Hut. ‘Zo noemden wij dat althans’, zegt Jeanette. De nieuwe eigenaren hebben dit gesloopt en zijn bezig er een vergelijkbaar schuurtje neer te zetten. ‘In De Hut deden we de was en hielden we varkens. Eens in de zoveel tijd werd er eentje geslacht. Dat was heel spannend om mee te maken.’

Tijdens de Rodermarkt was het ook altijd feest aan de Brink. Het biljart werd dan naar achteren geschoven, zodat er ruimte was voor een band. ‘In de lokale krant werd een kleine advertentie geplaatst en dan was het feest. ’s Ochtends om een uur of vijf/zes was het café al open. De koop van een paard werd bekrachtigd met een borreltje. Dan stonden hier vroeg in de ochtend al rijen borreltjes klaar op de bar.’

Dan was er natuurlijk ook nog de kermis, waarbij de familie Roos jaarlijks attracties naast het huis stalden. ‘Dat was altijd spannend en leuk.’ Pas later veranderde de mening van Jeanette over de Roner kermis. ‘Dan sliep ik hier met Rodermarkt en sprongen de ruiten bijna uit de sponningen. Die kermisattracties werden natuurlijk steeds groter en lawaaiiger, maar stonden nog steeds pal tegen het huis. Toen ik er wat van wilde zeggen, mocht dat niet van mijn moeder. Zij had er nooit zoveel last van, zei ze. Ik ben toen toch maar een keer naar burgemeester Van der Laan gegaan om dit aan te kaarten. De gemeente loste dat toen prima op.’

‘Schatplichtig aan de Brink’

Jeanette is blij met de nieuwe eigenaren, zo laat ze weten. ‘Helemaal omdat zij zich eveneens verdiepen in de geschiedenis van dit pand. Ze zijn er heel blij mee en zien de historische waarde ervan. Dat vinden wij, als erfgenamen, belangrijk. Wij voelen ons schatplichtig aan de Brink. Ik vind dat Roden lang niet altijd zuinig is geweest met haar beeldbepalende gebouwen. Ik houd van mooie architectuur, ook wel van nieuwe architectuur, maar je moet er zuinig mee omgaan. Daarnaast vind ik dat ik rekening moet houden met andere bewoners hier aan de Brink. Ik wilde dat het voor hen prettig bleef om naar deze woning te kijken. Ik ben dan ook blij met de plannen van Harm en Nettie, die er iets moois van willen maken zonder het karakter van het pand aan te passen.’

Officieel is de woning geen monument, laat Jeanette weten. ‘Maar het is wel beeldbepalend.’

Duurzame woning met appartementen

Harm Holman liet er weinig gras over groeien. Al vrij snel ging de spreekwoordelijke schop in de grond aan de Brink. Dat moet ook, want als het aan Holman ligt is zijn nieuwe woning nog voor de zomer van 2021 klaar. Hij gaat voor een duurzame woning met warmtepomp en het huis wordt geïsoleerd als ware het een energie neutrale nieuwbouwwoning. Daarbij kiest hij voor veel natuurlijke lichtinval door middel van grote ramen.

Voor in het pand, waar eerst het café en de winkel zaten, komen twee appartementen. Hier komen Harm zijn ouders en een bekende van de familie in te wonen. Het aangezicht van de woning blijft veelal hetzelfde. ‘Mensen zijn nieuwsgierig wat hier gaat gebeuren’, zegt Holman. ‘Veel mensen die langslopen blijven even staan. Men wil weten wat hiermee gaat gebeuren. Sommigen zijn bang dat we het karakteristieke uiterlijk van de woning gaan veranderen, maar dat zijn we dus geenszins van plan. Juist niet.’