Meijles: ‘Juist in tijden van crisis kan kerk bemoediging bieden’

Hoe iemand die geen dominee wilde worden, toch dominee werd

RODEN – De coronacrisis maakte dat kerkdiensten werden opgeschort, mensen in een sociaal isolement dreigden te raken en eenzaamheid op de loer lag. Walter Meijles, sinds 2016 predikant voor de PKN Roden-Roderwolde, zag ondertussen hoe men meer naar elkaar omzag. ‘Opeens waren we op elkaar teruggeworpen en het bemoedigende is dat mensen veelal een beroep op een ander kon doen. We vierden als buurt Koningsdag en 5 mei met elkaar, we waren close en behielden toch afstand. Dat gaf mij een heel goed gevoel.’

Het is een uiterst zomerse dag in Nieuw-Roden, alwaar Walter Meijles onder zijn overkapping in de tuin zit. De moestuin doet het goed en Meijles is er trots op. ‘Er lag eerst kunstgras, maar dat vond ik nogal steriel’, zegt de predikant, terwijl hij water met een schijfje citroen en munt inschenkt. Het huis in Nieuw-Roden is eigendom van de kerk en wordt gehuurd door de predikant. ‘Dit is dus in feite de pastorie, vroeger stond die aan de Brink.’

Het leven in Noordenveld bevalt goed, al hadden de drie dochters van Meijles eerst moeite met de verhuizing. ‘We kwamen uit Arnhem en verhuisden hier toen heen. De meiden gingen in Groningen naar school. Het duurde even voordat ze hier gewend waren.’ Zelf had Meijles weinig problemen om hier te wennen. De predikant werd geboren in het Noord-Hollandse Andijk, nabij Enkhuizen. ‘Een echt bloembollendorp. Mijn vader was leliekweker, zelf werkte ik als student nog vaak tussen de bloembollen. Dat werd gewaardeerd. Ik kreeg er te maken met veel gastarbeiders. Dat waren destijds vooral veel Ieren, maar ik heb ook andere nationaliteiten leren kennen.’

Meijles was het kleinste broertje van het gezin. ‘Maar dat is goed gekomen, want ik ben nu de langste’, lacht hij. ‘Ik beschouw mezelf als lid van de middengeneratie. Ik ben van 1974, heb zwart-wit televisie nog meegemaakt. Dan had je alleen Nederland 1, 2 en 3. Maar ik heb ook de opkomst van technologie bewust meegemaakt. Ik zie het als een voordeel. Ik kan me verplaatsen in de jongere gezinnen, maar ook in de ouderen. Wij hadden het als gezin vroeger niet breed. Niet alles kon. Mijn kinderen zijn van de welvaartgeneratie, nu kan er heel veel.’

Zijn kinderen trekken ondertussen de wijde wereld in. De oudste, van twintig, is al de deur uit. De tweede gaat studeren in Leiden en de derde, van zestien, blijft eerst thuis wonen. ‘Zij gaat haar vervolgopleiding in Assen doen. Gelukkig maar, anders werd het ineens wel héél stil.’

Maar Meijles weet hoe het gaat. Was zelf ook nog jong toen hij op kamers ging. ‘Op mijn achttiende ging ik naar Kampen. Het was een kleinere stap dan Amsterdam en bovendien was Kampen overzichtelijker. Ik heb er mijn vrouw ontmoet, dat ging heel snel. We studeerden allebei theologie. In augustus ging ik er studeren, in oktober hadden we verkering. De studie duurde zes jaar, ik deed er uiteindelijk 7,5 jaar over, en in die tijd vonden er op school veel huwelijken plaats. Zo trouwden wij ook.’

De geboren Andijker studeerde af en zag het licht: ‘Ik wilde geen dominee worden. Het was een bevrijdend inzicht.’ Het kerkelijk leven was destijds ‘tumultueus’, zo vertelt Meijles. ‘Er hing een grimmige sfeer binnen de kerk destijds. We zaten middenin het gedoe rondom dr. Den Heyer. Het maakte dat ik geen dominee wilde worden in die tijd.’

En dus ging de afgestudeerde theoloog wat anders doen. De banen wisselden elkaar af. Zo was hij als uitzendkracht werkzaam in de metaal, stond hij nog achterop een vrachtwagen en werkte hij in de ICT. ‘Totdat de gereformeerde en protestantse kerken fuseerden. Ik kon opeens aan de slag als een soort consultant of trainer, hoe je het maar wil noemen. Ik werd adviseur voor jeugdwerk binnen de kerk en dat paste mij als een handschoen. Met de fusie kreeg het geheel opeens 2,1 miljoen leden, dat zijn er nu 1,8 miljoen. De provincie Gelderland was mijn werkgebied. In 2001 vertrokken we daarom naar Arnhem, ‘Ernem’ voor de bewoners. Een stad apart. Bovendien vormt het een soort kruispunt in Nederland. Als adviseur kwam ik zelf overal in de provincie. Het was uitputtend werk, want ik was altijd ’s avonds op pad. Ik maakte lange dagen.’

Maar het werk beviel en Meijles hield het lang vol. Totdat de organisatie op de schop ging en Meijles kwam bij JOP te werken. ‘We moesten opeens commerciëler gaan werken, mijn werkgebied werd groter. Men vergeet vaak dat de kerk particulier bezit is. Je hoort vaak: “maar jullie worden toch gesteund door de overheid?” Dat is niet zo, de kerk betaalt zelf. We bogen op steun van vaak oudere mensen, maar het moest nu eenmaal efficiënter. Ik sleet aan het nergens thuis zijn en steeds ’s avonds op pad zijn op de snelweg.’

In de jaren ervoor kwam Meijles overal. Hij kwam in kerken en ontmoette dominees, en zijn mening over het domineeschap veranderde. ‘Ik begon het mooier te vinden, zag de pluspunten van het werk. Ik werd dominee in algemene dienst, zoals dat zo mooi heet. Ik kwam terecht in Deventer, in de Vinex-wijken van Colmschate.’

Het forenzen tussen Arnhem en Deventer ging vervelen. Meijles ging breder kijken en zo kwam Roden op zijn radar. ‘Ik ben vier jaar gemeentepredikant geweest in Colmschate, maar wilde iets anders. Ik solliciteerde en gesprekken volgden. Die gesprekken duren lang, het is een heel ander sollicitatieproces dan in het gewone bedrijfsleven. Maar ik kreeg groen licht en we vertrokken als gezin naar het noorden.’

Zoals eerder gememoreerd was zijn familie er niet direct heel blij mee. ‘En ook anderen keken mij raar aan als ik zei dat ik naar Drenthe verhuisde. “Drenthe? Wat moet je daar dan?”, klonk het. Dat is een vooroordeel, waar ik tijdens het preken nog wel eens op wijs. Ook wij hebben daarmee te maken.’

Qua mensen lijkt Roden wel wat op de Deventer gemeenschap waarvoor Meijles jaren werkte, zo vindt hij. ‘Dat zie je vooral in het kerkleven. Vooral ouderen runnen de kerk, het is lastig om gezinnen te binden en tieners lopen weg bij de kerk. De aanwas van jeugd staat onder druk. Er zijn veel vrijwilligers, maar de leeftijd is redelijk hoog. Dat is een feit’, stelt hij. ‘De vanzelfsprekendheid van de kerk is er af.’

Toch is dat geen aanklacht tegen de huidige generatie, integendeel. ‘De generatie van nu doet bijvoorbeeld meer vrijwilligerswerk dan men deed in de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw. Het is nu gangbaarder om iets te doen, dat is een maatschappelijke trend. En toch hebben politieke partijen en, bijvoorbeeld, oranjeverenigingen het allemaal hartstikke lastig. Dat komt ook omdat Roden een redelijk grijs dorp is.’

Corona-omslag

Het coronavirus zorgde voor een omslag binnen de maatschappij en onvermijdelijk ook binnen de kerk. ‘En dat ging hard’, zegt Meijles. ‘Op de zondag voor Ruttes persconferentie, gaf ik iedere bezoeker van de kerk nog een hand. De donderdag erna was er op eens niks meer. Het einde was abrupt en hard.’

Ook thuis kwam het leven stil te staan. Meijles’ vrouw (werkzaam in het onderwijs) bleef thuis en de twee dochters waren met het eindexamen in zicht opeens op zichzelf aangewezen.

Meijles wist direct dat het leven door moest gaan,  op welke manier ook. Juist in coronatijd. ‘Opeens kwam ellende heel dichtbij. Zo’n virus maakt indruk, dat merk je. In zulke tijden kan de kerk bemoediging bieden.’ De kerkdiensten gingen online door. ‘Dat doen we overigens al drie jaar, al was dat nog vrij onbekend’, zegt Meijles. ‘Er waren mensen die zeiden: “goh, wat leuk! Daar moeten jullie mee doorgaan.” Maar goed, dit was niets nieuws. Wat wel nieuw was, was dat ik mij er meer bewust van was. Ik ging meer in de camera spreken, dat geeft een andere dienst. Vroeger namen we de kerkdiensten op met cassettebandjes, nu deden we het zo. We hebben al camera’s in Op de Helte hangen. Je moet, ook als kerk, met je tijd meegaan.’

Dat met de tijd meegaan, betekent ook dat Meijles verder kijkt dan de kerkdiensten. Zo kwamen er filmpjes online waarin hij te zien was met Sybrand van Dijk, eveneens predikant van de PKN Roden-Roderwolde. Gezamenlijk bespraken ze de actualiteit in die filmpjes. ‘Ik vind dat zelf redelijk vanzelfsprekend, dat je als predikant ook de actualiteit behandelt. Er zijn voortdurend onderwerpen waar we aandacht aan besteden, dat vind ik ook belangrijk.’

Buurthuisfunctie

De kerk heeft, zo meent Meijles, een grote buurthuisfunctie. ‘De rol van de kerk, is ook een stukje vorming. Omzien naar elkaar en vanuit de Bijbel met een bepaalde blik naar de wereld kijken. Maar ondertussen veroordelen wij niemand die niet gelooft, absoluut niet. Sommige mensen zien de kerk als iets met een hoge drempel, ze hebben het gedag gezegd. Terwijl wij heus met de tijd meegaan. Dat mogen we meer uitdragen, vind ik. Er valt nog een wereld in marketing te winnen. We moeten vooral van het label “oubollig” af.’

Als voorbeeld noemt hij een begrafenis. ‘Ik moet op begrafenissen vrij vaak mijn zegje doen. Dan hoor je dat mensen waarde hechten aan de manier waarop dat gebeurt. Ook kleinkinderen en niet-kerkgaande mensen zagen het als inspirerend en waardevol. Als ik iets geleerd heb van de periode voordat ik dominee was, dan is het dat je naar buiten moet treden. Een stukje marketing is belangrijk, ook als kerk.’

Zingen

Zingen in de kerk mag weer, mits daarbij rekening wordt gehouden met de richtlijnen van het RIVM. ‘Dat er eerst niet gezongen mocht worden, dat raakt ons in ons kerkhart’, zegt Meijles. ‘Ik realiseer me heel goed dat er grotere dingen zijn, dat zorgpersoneel het lastiger heeft gehad, maar religieuze bijeenkomsten – en alles wat daarbij komt kijken – zijn ontzettend belangrijk voor mensen die er geregeld heen gaan. Het zingen is daar een wezenlijk onderdeel van.’