‘Moet ik dan voortaan een bloemetje naar het gemeentehuis brengen?’

Ook exitgesprek ‘grafkwestie’ niet bevredigend

RODEN – Nog even de voorgeschiedenis. Je wilt op een dag het graf van je grootouders bezoeken, op de begraafplaats in Roden. Je wilt er, zoals je wel vaker doet, een bloemetje neerleggen. Blijkt dat de zerk met de namen van je grootouders weg is. Die ligt ergens anders op de Roner begraafplaats, tussen het hoge gras. Blijkt dat het graf geschud is en dat er dus ook andere mensen in het graf liggen. Bovenop opa en oma. Woedend was Ben Willems, kleinzoon, toen hij hier achter kwam. Hij zocht contact met de gemeente, zat bij de klachten- en de ombudscommissie. Schreef brieven. Maar gedane zaken nemen nou eenmaal geen keer. Vorige week had Ben Willems een laatste gesprek met wethouder Reint Jan Auwema. Ook dit gesprek leverde niets op. En dus blijft dat nare, knagende en hoogst onbevredigende gevoel.

‘Dader’ van deze volgens Ben misstand is overigens – hoe wrang- een familielid. Ben’s zus was jarenlang rechthebbende van het graf. Toen zij overleed, keerden die rechten terug bij de gemeente. Tot zich een familielid meldde bij de balie van het gemeentehuis. Hij kocht de grafrechten. En dus niet om het graf te onderhouden, maar om het zelf te gebruiken. Dat wil zeggen: hij liet z’n vrouw er in begraven, verwijderde de zerk van Ben’s grootouders, gooide die ergens in een hoek en klaar was hij. En dus lag er voor Ben een wildvreemde vrouw, plat gezegd bovenop zijn grootouders.

De bezoekjes aan de verschillende commissies van de gemeenten leverden Ben niets op. Behalve een kofferbak vol ergernis. Frustraties. ‘Gevoelloze ambtenaren’, noemde Ben de mensen die het boetekleed weigerden aan te trekken. Want: de gemeente had geen toestemming gegeven voor het ruimen van het graf, wél voor het schudden ervan. Volgens het boekje dus, dat boekje waar ambtenaren zich nog wel eens achter willen verschuilen. Bovendien werd door de ambtenaren telkens weer verwezen naar artikel 23. Een ‘het spijt ons’ kon er amper af. Nee, het was artikel 23. Daar moest Ben het mee doen. Zijn grootouders lagen nog wel op de Roder begraafplaats, maar anoniem. Met wildvreemde mensen er bovenop.

Vorige week stond op het gemeentehuis in Roden een exitgesprek op de rol. Ben ontmoette wethouder Reint Jan Auwema. De wethouder liet weten dat er de afgelopen maanden intensief overleg is geweest, maar dat de gemeente er niet in geslaagd is deze ook volgens Auwema ongewenste situatie te wijzigen. ‘Ze hebben kennelijk ook niet de creativiteit om het beleid te wijzigen’, zegt Ben. Auwema liet weten de gang van zaken ‘niet passend’ te vinden. Maar een oplossing kon hij niet bieden.’ Auwema toonde volgens Willems wel zijn menselijke kant. Hij toonde medeleven en begrip. ‘Maar wat hebben we daar verder aan? Medeleven en begrip, dat lost niets op.’
Ook het borstbeeld van Ben’s grootouders keert niet terug op de Roder begraafplaats. Nooit meer. Dat beeld is namelijk op verzoek van de rechthebbende vernietigd. Ook de namen van Ben’s grootouders zullen niet meer te lezen zijn op de begraafplaats. ‘Volgens de wethouder zijn de namen wel bekend in de administratie. Tsja. Moeten we dan dus voortaan maar een bloemetje brengen op het gemeentehuis?’

Nog iets. Niet Ben zelf, maar Afie Willems ontdekte dat er iets met het graf van haar opa en oma aan de hand was. Dat was rond kerst 2014. Mevrouw is zelf al 88 jaar. Ze was en is kapot van verdriet. Ontroostbaar. Haar opa. Haar opa. ‘Auwema stelde voor haar op te zoeken en persoonlijk te vertellen wat er aan de hand is en dat er niets aan de situatie gedaan kan worden. Dat lijkt mij echter geen goed plan. Alle verdriet komt dan weer naar boven. Dat wil ik haar niet aandoen. Bovendien: een slechtnieuwsgesprek kunnen we zelf wel voeren. Een vreemde hoeft de tranen van Afie niet te zien.’

Verder werd er gesteggeld over het begrip rechthebbende. De definitie daarvan is ‘als rechthebbende van een graf bent u verantwoordelijk voor het graf en de kosten die daaraan verbonden zijn. U zorgt voor onderhoud van het monument, de grafbedekking en de beplanting op het graf. Beschadigingen aan het graf dienen tevens door u hersteld te worden.’ ‘Net als bij een verzekeringspolis zijn er ook hier kleine lettertjes’, zegt Ben. ‘ De rechthebbende mag ook beslissen over het hergebruik van het graf, zoals dus in dit geval. Eerst wordt er geschud om de oude resten verder de grond in te krijgen en mogen er, in overleg met de gemeente, opnieuw lijken worden begraven. Hoe onmenselijk is dit? Terwijl de nazaten van niets weten. Liggen er nu dus plotseling vier personen in het betreffende graf. Twee zonder en twee met naam. Ik blijf het ook na dit gesprek onbegrijpelijk vinden dat de gemeente niet in staat is deze procedure te verbeteren en te optimaliseren. Ook Auwema wist niet hoe hij dit moet veranderen. Teleurstellend allemaal’, sombert Ben.
En nu? Nu niets meer. Ben’s grootouders liggen wel op de Roer begraafplaats, maar anoniem. Bovenop hun resten liggen andere mensen. Hun namen worden niet genoemd. Die zijn slechts terug te vinden in de administratie van de gemeente. Ben kan nooit meer een bloemetje leggen op het graf van z’n grootouders. Dat is en blijft een hard gelag en bovendien kunnen dergelijke situaties zich ook in de toekomst voor blijven doen.