Noordenvelders: Walter Waalderbos

Een gesprek met Walter Waalderbos is een sprong terug in de tijd. In de tijd dat hij nog voor FC Groningen voetbalde en de gloriedagen meemaakte in het Oosterpark. Over hoe Atlético Madrid en Internazionale het vuur aan de schenen kregen, maar ook over Johan Cruijff en Willem van Hanegem. De van oorsprong Enschedese oud-verdediger is nog steeds verzot op het spelletje.

Walter groeide op in Enschede, alwaar het voetbal zich vooral afspeelde op trapveldjes. ‘Pas op mijn dertiende ben ik verenigingsvoetbal gaan spelen’, zegt hij. ‘Eerder kwam het er gewoon niet van. Mijn moeder was altijd ziek en mijn vader was aan het werk. ’s Weekends moest ik helpen in het huishouden. Boodschappen doen en zo.’ Een jaar nadat hij bij het Enschedese Phenix gaat voetballen, staat Walter al in het eerste. Al snel volgde een uitnodiging van FC Twente, maar een blessure gooide roet in het eten. Via Enschede Boys rolde Walter alsnog het betaalde voetbal in, al was het pas op zijn 24ste. ‘Bij Enschedese Boys speelden we hoog in de amateurklassen. Als we een derby speelden, stonden er soms vierduizend man langs de lijn.’

Zijn eerste stappen in het betaalde voetbal zette hij bij Go Ahead Eagles. ‘Ik kon daar het dubbele verdienen dan ik deed als CV-monteur. Ik begon bij Go Ahead als linksback en ben later naar de spits verhuisd. Later ben ik weer in de verdediging gekomen. Destijds liepen er nog beesten als Dick Nanninga op de Nederlandse velden rond. Het ging er hard aan toe en je liep wel eens tegen een ellenboog op. Dat hoorde er allemaal bij.’

Tegenwoordig wordt iedere overtreding uitvergroot in allerlei televisie-uitzendingen. Bovendien is men niks meer gewend, vindt Walter.  ‘De spelers van tegenwoordig lopen allemaal te zeiken. Flapdrollen zijn het’, oordeelt de bloedfanatieke oud-prof.

Hoewel het voor de hand zou liggen om de Europese avonturen met Groningen als hoogtepunt van zijn carrière aan te wijzen, ziet Walter dat anders. ‘Dat was heel bijzonder, maar ik heb er niet echt van kunnen genieten. Betaald voetbal spelen is niet per se leuk. Je moet altijd presteren, dat staat op nummer één. Van genieten is dan eigenlijk geen sprake meer.’

Pas later, toen Walter ging afbouwen bij Emmen en Achilles, kwam het plezier terug. ‘Bij Achilles hadden we een hele mooie tijd. We hadden goede spelers, veel jonge jongens. Ik was ouder dan de meesten en ik kon de jongens wat leren. Ondertussen was ik filiaalmanager bij Scapino. Ik ben gek op schoenen, altijd al geweest. Dus dat ik daar aan het werk kon, dat paste perfect.’

Na zijn spelersloopbaan richtte Walter zich op het trainen. Hij haalde zijn TC 1-diploma en werd hoofdtrainer bij VV Drachten. Toen zijn toenmalige vrouw Wilma echter kwam te overlijden, besloot hij te stoppen. ‘Ik maakte het seizoen nog af, maar ik moest voor mijn kinderen zorgen. Dat is een keuze die je maakt en daar heb ik altijd achter gestaan. De periode na het overlijden van Wilma was voor mij heel lastig. Daar heb ik veel moeite mee gehad. Maar nog steeds denk ik aan haar en praten we over haar. Zolang je over mensen praat, zijn ze niet dood. Zo sta ik er in.’

Een grote trainerscarrière zat er niet in, maar toch stond Walter nog geregeld voor een groep voetballers. Pas onlangs stopte hij als trainer van het tweede elftal van VV Roden. ‘Ik sluit niet uit dat ik nog eens ergens trainer word. Hoofdtrainer? Nee, dat denk ik niet.’

Ondertussen geniet Walter nog dagelijks van het leven. Tuinieren, twee keer per week met de gewichten aan de gang in de sportschool en natuurlijk leuke dingen doen met Aaltje. ‘Aaltje was altijd fysiotherapeut bij de clubs waar ik werkte als trainer. Ze was er eigenlijk altijd bij. En ik wil haar ook niet meer kwijt’, lacht Walter.

De tukker kan terugkijken op een mooie voetballoopbaan en dus liggen de anekdotes voor het oprapen. Over Van Hanegem en over Cruijff bijvoorbeeld. ‘Ik speelde tegen hem toen hij bij Feyenoord zat. Hij was toen al wat trager dan de jaren ervoor, maar nog steeds een fantastische voetballer. Zijn startsnelheid was geweldig, je kon hem als verdediger bijna niet raken.’ Toch loopt Walter niet meteen met dergelijke verhalen te koop. ‘Zo ben ik niet. Ik kom uit een arbeidersgezin. Bij ons was het: doe maar normaal. Dan maakt het niet uit of je profvoetballer bent geweest.’