Noordenvelders; Tea Nijnuis

Ze is ‘Taolschulte’ van Noordenveld, geboren en getogen Peizenaar en bovendien liefhebber van de gemeente en de streek. Tea Nijnuis mag inmiddels een bekende Noordenvelder heten. De Krant zocht de dichter, kalligrafeerder, fietsfanaat en muziekliefhebber op voor een goed gesprek.

Ze werd geboren aan de rand van het Bunnerveen. ‘Een prachtig gebied, nog mooier dan het Balloërveld’, vindt ze. ‘Toen ik zes was, werd het ontgonnen. Dat deed men toen door het veen in de brand te zetten. Het waren spannende tijden, waarbij het vuur soms gevaarlijk dichtbij kwam. Mijn vader was vaak met de tuinslang in de weer om ons rieten dak nat te houden.’ Dat het Bunnerveen op deze manier werd ontgonnen, is volgens Tea ‘doodzonde’.

Op school ging ze naar De Pol in Peize, om daarna naar de MULO in Roden te gaan. ‘Toen schreef ik al gedichten, al heb ik die allemaal weggegooid. Het was niet per se cool om gedichten te schrijven’, zegt Tea. ‘Ik schreef aan het begin in het Nederlands, maar ben nu  al jaren in het Drents bezig. Ik schreef eens een gedicht getiteld “Rust zacht”. Dat gedicht liet ik op aanraden van mijn buurman publiceren in De Hopbel, het dorpskrantje wat in Peize destijds uitkwam. Tot mijn verbazing viel het gedicht goed in de smaak en kreeg ik zelfs tot aan Twente reactie op het stukje. Dat zette mij er toe aan om meer te gaan schrijven.’

Als werknemer bij de gemeente Peize was Tea al veel aan het schrijven. ‘Bij het jubileum van onze personeelsvereniging bijvoorbeeld. Toen schreef ik mijn eerste avondvullende programma. Erg leuk om te doen.’

Inmiddels heeft Tea ook al drie dichtbundels achter haar naam staan. ‘Mijn laatste dichtbundel gaat eigenlijk over van alles. Waar ik mijn inspiratie vandaan haal? Van de straat, uit het leven. Ik ben, sinds ik ben aangesloten bij het Huus van de Taol, ook langere verhalen gaan schrijven. Eerder waren het alleen gedichten, maar dankzij het Huus van de Taol leer ik dat nu ook.’

Het Drents is voor Tea heel belangrijk. ‘De taal boeit mij enorm. En ik heb het idee dat steeds meer mensen zich gaan interesseren voor taal. Ik praat in het dagelijks leven plat. Ook tegen mijn kleinkinderen. Ik hoop dat zij straks ook dialect zullen praten’, zegt Tea. ‘Onze taal is ons grootste cultuurgoed. Dat moeten we koesteren. Het Nedersaksisch is zelfs ouder dan het Nederlands zelf. Vandaar dat ik in mijn laatste boekje heb staan dat de hunebedden er eerder waren dan Amsterdam, en dat daarom heel Nederland eigenlijk Drents zou moeten praten.’

Om het Drents ook bij de jeugd onder de aandacht te krijgen, is de Meertmaond Streektaolmaond in het leven geroepen. Tea is één van de mensen die tijdens die maand voorleest op scholen. ‘Als Taolschulte is het mijn taak samen met de Keurnoten om het Drents in de gemeente Noordenveld onder de aandacht te brengen. Voorlezen op basisscholen is daar een mooie manier voor. En je merkt dat de kinderen het ook begrijpen. Zo af en toe moet ik een woordje uitleggen, maar het gros van de kinderen begrijpt heel goed wat ik hen vertel. Dat is goed om te merken.’

Als ras-Peizenaar is Tea trots op haar actieve dorp. ‘Ik ben zelf aangesloten bij de Paiser Hopsingers, en de fietsclub NOAD. Stuk voor stuk fantastische clubs, ik denk dat Peize het grootste verenigingsleven van alle dorpen in Noordenveld heeft. Echt bijzonder.’

Zelf zit ze het liefst op de fiets. ‘Met mijn vriendin Lieneke fiets ik heel veel. Dat zijn hele leuke uitstapjes, echt fantastisch. En verder luister ik heel graag muziek vooral de Rolling Stones

Terwijl inmiddels de tweede bak koffie bijna leeg is, maakt trotse Peizenaar zich op om weer achter de computer te kruipen. Er wachten nog Sinterklaasgedichten. ‘Dat mag ik graag doen. Ik schrijf bijvoorbeeld ook gedichtjes, die ik bij mensen door de brievenbus gooi. Gewoon, voor de leuk.’